Sterrenbeeld beelden

Beelden vanuit de sterrenbeelden als werkzame krachten

De sterrenbeelden, binnen en buiten de Dierenriem, vertegenwoordigen elk een groep Engelwezens die een idee van het Goddelijk plan uitwerken. Zij werken als groep ook vormend naar de aarde en mensen toe, en hebben elk met een onderdeel van ons lichaam te maken; als zodanig zijn zij ook te duiden. Daarnaast hebben zij als een te verwezenlijken idee van het Goddelijke plan ook een sterk toekomstgericht aspect, namelijk die van ontwikkeling; zij vertegenwoordigen de idealen die wij willen verwezenlijken om zelf tot ontwikkeling te komen en dit Goddelijke plan met en door ons heen daarbij te kunnen verwezenlijken.
De vormgebaren van de sterrenbeelden zoals zij aan de hemel staan, vertellen ons wat zij op aarde teweeg kunnen brengen. Deze inlevend navoltrekken geeft door het doen inzicht in hun werkingen. Dit is in de Rune-werkplaats als onderzoeksproject uitgewerkt. De beelden, waarvan de meeste nog in ontwikkeling zijn, geven een inleefbaar inzicht in hun diepe wilswerkingen.
De sieraden in goud en zilver die naar aanleiding van deze sterrenbeeld-beelden zijn ontworpen, gebaren voor in het fysieke wat wij innerlijk met ziele en levenslichaam moeten voltrekken om hun werkingen te kunnen verwezenlijken in en door ons heen. De werking van de sieraden die tot nog toe op deze basis zijn ontworpen, hebben elk een bewustzijns- en wilskracht richtende tendens, wat de drager na kortere of langere tijd zal merken.

Sterrebeelden als vormgebaren

Modellen van sculpturen in hout, klei en was

van de sterrebeelden ten noorden en zuiden van de dierenriem;
Onderdeel van de studie

‘Wegen en Vormen van Liefde;
Van kosmos van de wijsheid naar kosmos van de liefde’

Inleiding

De sterrebeelden zijn te bezien als de oervormen van schepping van mens en aarde. In laatste instantie is elk vormprincipe op een van de sterrebeelden terug te voeren. Het zijn er 84; komt aardig in de buurt van de hoeveelheid kaarten van de kleine arcade, overgekomen uit Egypte; de tarotkaarten vanuit de Hermetische inwijdingswetenschap.
De noordelijke sterrebeelden (d.w.z. ten noorden van de Dierenriem) hebben met de ontwikkeling te maken van de mens en diens bewustzijn door cultuurperiodes heen, en samenhangend met het lentepunt overgebracht op aarde (dat punt beweegt langzaam achteruit door de Dierenriem). De zuidelijke sterrebeelden meer met de vegetatieve verrichtingen en de organen die we daarvoor hebben meegekregen. De Dierenriem daartussen is de plek voor de ritmiek; daardoorheen bewegen zon, maan en de planeten, wat sterrewerkingen op aarde helpt brengen.
“In den beginne was het Woord . . .”; dat Woord, bevattende de oer-intenties van het geschapene, is terug te vinden in de sterrebeelden en de taal die zij vertegenwoordigen. Zo is dit de kosmos van de wijsheid als aanzet, de gedachten van de goden (Engelhiërarchieën) in beeld. Het gaat erom deze taal te leren verstaan. Daardoor, met innige verbinding, zijn de onderhavige sculpturen ontwikkeld. De beelden zijn meditatief en met de wijsheid van wat speelt door de handen heen ontstaan (en zullen later, wanneer ze in hout worden uitgewerkt, nog meer genuanceerd, ook veranderd kunnen worden). Gaat men waarnemen door en vanuit het hart, waar het gevoel huist, dan kan men hun taal trachten te verstaan. De mythologische verhalen en voorstellingen, beelden die met de sterrebeelden samenhangen, kunnen een stuk op weg helpen, daar dit uit de mysteriesteden en –daden stammende verhalen zijn (mits juist verstaan), die ons iets over de achtergronden kunnen vertellen. In de embryonale ontwikkeling van de mens zijn zij ook terug te vinden.
Het is de bedoeling dat wij de gedachten van de goden verder ontwikkelen, waardoor wij in vrijheid voor de ontwikkeling van liefde kunnen kiezen. De sterrebeelden vertegenwoordigen daarom onze idealen, die we meenemen naar de aarde vanuit onze afdaling van onze ster (ieder heeft zijn eigen ster als thuisoord). We kennen die gedachten achter de sterrebeelden dus van binnenuit, hebben in en met de hen verwekkende goden geleefd, voordat we naar de aarde kwamen. Vanuit die idealen vormen we ons lichaam; zij zijn om ons heen als fantoomkrachten, en bij meer verwezenlijking zullen ze tot in onze botstructuren gestalte aannemen (de botten zijn zeer kristallijn in opbouw, wat bij veranderende activiteiten ook weer sterk kan veranderen). Wanneer we die idealen verwezenlijken, komen we allerhande weerstanden in en om ons heen tegen; de idealen worden namelijk verweven in onze onzichtbare lichamen van levenskrachten en levens-vormkrachten, en werken daar als hartstochten en driften uit; daarmee hebben we ons bij het opgroeien uiteen te zetten, ze te leren herkennen en door constant werk aan onszelf om te zetten en te reinigen, zodat de idealen ,meer en meer zichtbaar voor onszelf kunnen worden. We trachten onze weerstanden die daarmee samenhangen om te vormen; Dat te leren doen wat die idealen verwezenlijken kan door omvorming van onze gewoonten en weerstanden heen, heet het ontwikkelen van een deugd. We wegen een omstandigheid en hierop af te stemmen daad met ons geweten, huizend in het hart, en kunnen dan tot uitvoering overgaan overeenkomstig de ontwikkeling van het goede, van de idealen in de omstandigheden. We ontwikkelen dan goede gewoonten met betrekking tot dat ideaal; dat is het ontwikkelen van een deugd. En daarmee vormen we ons gewoonteleven om, en ook ons levenslichaam. Daarnaast kunnen we ook de voorwerpen en wezens waarmee we ons verbinden, helpen omvormen doordat we de in deze aangelegde ontwikkelingskiemen, dat zijn idealen in kiem, ook kunnen helpen ontplooien, en hen zo tot vervulling brengen. Zo kunnen we door onszelf de kosmos van de liefde ontwikkelen uit die van de wijsheid (de op aarde gemanifesteerde sterrenhemel).
Daarom wordt in het onderstaand kort aangegeven:
-De mythologische achtergrond
-De samenhang met de menselijke ontwikkeling
-Waar we het sterrebeeld terug kunnen vinden in het menselijke lichaam
-Het ideaal waarmee het samenhangt (indien nodig de verbinding met andere sterrebeelden en zijn plaats aan de hemel), alsook de wijze waarop dit aanvankelijk driftmatig uit kan werken.

Zie voor nadere uitwerkingen van de sterrebeelden als taal “Kosmobiologie’ en ‘Wetenschap Anders’, RUNE-boeken, Bergen; 1986 en 1998. Ook W.F. Bohm, ‘Erde, Mensch und Kosmos’delen 1 – 3, Verlag die Kommenden, Freiburg i. Br. 1956. Voor verdieping in de werkwijze als scholingsweg, zie ‘Esoterisch Christendom tot Heden’, RUNE-boek 1999.

Sterrenkaart

Sterrekaart vanuit de Dierenriem.

De ecliptica (dierenriem) tot middellijn gemaakt.

Omdat de krachten van de sterrebeelden worden overgebracht via het lentepunt en de beweging van zon, maan en planeten door de Dierenriem, is de kaart opgesteld vanuit de Dierenriemband als middelpunt.

Enige noordelijke sterrenbeeld-beelden:

DRAAK, DRACO

DRAAKB

Plaats: Dit sterrebeeld ligt als sterrelijn met als kop een driehoek, gekronkeld rond de noordpool van de Dierenriem (die gefixeerd is). Omvat daarom buiten de Weegschaal elke Dierenriemzône. Zijn staart ligt in tussen Grote en Kleine Beer. De kop loopt uit in Hercules.

Mythologisch: De draak die de gouden schat bewaart (komt voor in sagen van vele volken).

Menselijke ontwikkeling: Stelt voor de naar de aarde gerichte mens die op de oude maan diergelijk horizontaal georiënteerd was in zijn fysieke lichaam en daardoor droomt in zijn bewustzijn. De drang tot aardewording, inkarnatie veroorzaakt het ruggemerg, dat bij het jonge kind nog horizontaal is georiënteerd. Pas de geest kan het doen oprichten, als wakkerheid en invoelend vermogen tussen voorstellen (later denken) enerzijds, en willen anderzijds. Bij de dieren zien we de reptielen een eerste gebaar maken tot oprichting. De tweezijdigheid van denken en willen komt bijvoorbeeld goed tot uitdrukking in de Brontosaurus, een uitgestorven reuzenreptiel met een dubbele rij platen langs zijn horizontaal verlopende ruggemerg.
De oprichting in de mens wordt bewerkstelligt doordat de grote hersenen (Grote Beer) en kleine hersenen (Kleine Beer) het ruggemerg omklemmen; en in deze hersenen kan onze ziel aangrijpen en onze geest, ons ik zichzelf bewust worden aan de indrukken uit de buitenwereld die tot voorstelling kunnen worden (schors van de grote hersenen) en indrukken uit de levensverrichtingen van de eigen binnenwereld (kleine hersenen). Aan de hemel doen Grote en Kleine Beer dit voor door de staart van de Draak (ruggemerg) in te klemmen.

Waar in de mens: Ruggemerg met verbrokkelende botvorming als wervels; worden tijdens de embryonale ontwikkeling aangelegd. Deze zijn drieledig gepunt, als afbeeld van ons drieledige wezen naar lichaam, ziel en geest, met als zielefunkties willen, voelen en denken.

Ideaal: De wil tot inkarnatie keer op keer, opdat we van het plantaardige en dierlijke stadium zoals we aanvankelijk waren, ons door de menswording heen kunnen ontwikkelen tot engelen van verschillende orde, in aanvang geesten van vrijheid en liefde, waardoor we ook de aarde kunnen helpen omvormen en zo de draak (de tegenwerkende engelen die zich hiervoor hebben opgeofferd) kunnen helpen verlossen.

Als drift: De oerdrift om te willen leven op aarde, dus ook de overlevingsdrang bij dreigend gevaar. De differentiatie hiervan is te vinden in de andere slangenbeelden aan de hemel (Hydra, Hydrus, Slangestaart en –kop, verbonden aan de Slangentemmer, Ophiochus).
De incarnatiebeweging, vanuit een bol puntend naar onderen, is achtergebleven als gebaar bij de Asura’s, de op de zon achtergebleven duisterniswezens, die nu als Sorat-impuls het ik van de mens van bovenaf, vanuit diens bewustzijn (in de hersenen) willen splitsen. Alledrie de ‘boze’, tegenwerkende krachten zijn in het sterrebeeld-sculptuur de Draak terug te vinden;
Kop: luciferische inzichtskrachten
Midden: verhardende, vermaterialiserende en daarmee verbrokkelende tendenzen van ahriman, die geen ziel heeft
Staart: inkarnatiebeweging, die zich van bovenaf in de langs het ruggemerg opstijgende kundalinikrachten wil binnendringen en daar het ik vervangen (Asura’s kunnen enkel verder ontwikkelen door een wezen met een ik, een ziel en een leenslichaam, de mens dus).

 

Adelaar 02 kopieADELAAR, AQUILA
Plaats: Tussen Veulens en Dolfijn enerzijds, Schild en Slangestaart anderzijds in, onder de Pijl, langs de Melkweg, op de grens van de zônes van Waterman en Steenbok, net erboven staand.

Mythologisch: Zeus zendt vanaf de Olympos zijn adelaar om Prometheus, die het ik-vuur van de goden had gestolen en als straf daarvoor aan de rotsen is geketend (wat verbeeldt het menselijke ik aan het fysieke lichaam), elke dag de lever uit te pikken. ’s Nachts groeit de lever dan weer aan.

Menselijke ontwikkeling: De Adelaar hangt samen met de door de mensen te ontwikkelen geestmens-krachten, de intuïtie, en het is daarmee het jongste, 7e kind van Andromeda (mensenziel) en Perseus (het ik). De lever is het orgaan dat met het opbouwen van lichaams-eiwitten ons lot vasthoudt en regelt (eiwitten zijn gestolde klankpatronen, die element/gedachtenwezens tot in de stof uitdrukken, welke in onze spieren worden opgeslagen als gestold lot, gestolde gedachten; bij het vrijkomen, wellen zij op als wilsimpulsen). De lever is ons toekomst-orgaan, en met het uitpikken en opnieuw aangroeien wordt in beeld aangegeven dat we alle ontwikkelde talenten mee nemen naar de zon (verbeeld met dat Zeus’ adelaar naar de Olympos vliegt) en daar als hoger ik, geestmenskracht achterlaten om opnieuw op aarde verder te ontwikkelen de idealen en daaruit te vormen talenten die we nog niet hebben (ook Christus liet Zijn geestmens bij het incarneren in Jezus van Nazareth achter op de zon). Elke 7 jaren bouwen we ons fysieke lichaam om met nieuwe substanties, en de lever speelt hierin een belangrijke rol; de opbouw vindt vooral plaats in de nacht.
In de Boogschutter-cultuurpeiode wordt hiermee een begin gemaakt in de cultuur.

Waar in de mens: Klieren bij geslachtsorganen en bijnieren; regelen de geslachtshormonen en hangen zo samen met de wil.

Ideaal: Omvormen van het aardse door zich ermee te verbinden. De vorm van het sterrebeeld, een gebogen, getransformeerd kruis, geeft dit aan.

Als drift uitwerkend: Houvast in het aardse zoeken.

Gedicht op de Adelaar:

Van de vormen en contouren

der dingen en verschijnselen  in de wereld

trek ik de krachten samen

in mijn buik

En in de terughouding van de wens

mij met alles te verbinden,

vorm ik om

de navel van de wereld;

Vorm ik om

vanuit de wortels van de mensenzoon

in mijn buik,

Mijn boven en mijn onder,

mijn links en recht,

En bevrijd mijzelf.

Voor verdere verdieping en beelden van de modellen en hun uitwerkingen zie het boek ‘Een Filosofie van Liefde’ onder Rune-Boeken.

Voor verdere informatie mail naar [email protected]

Alle boven beschreven beelden zijn te bestellen, In dialoog ontstaan de betere ontwerpen.

_____________________________________________

terug naar boven

OVER DE BOUWER

MtRiBOUWER

Nicolaas Marius de Jong, schrijver, componist, beeldhouwer en astrosoof, is gekomen tot het maken van beelden en de bouw van muziekinstrumenten na een zoektocht naar de zin in en achter het levende; eerst via de wetenschappelijke benaderingswijze in de biologie, waar hij echter het leven gedood zag en opgesneden in kleine stukjes. Later, geleid door zijn eigen innerlijke ervaringen in de natuur, in hemzelf en in menselijke ontmoetingen, heeft hij zich toegelegd op de waarneming van levensprocessen in de natuur en hemzelf, waaruit hij een objectieve methode van waarneming ontwikkelde die begint met samenzang van de levensprocessen. Dit in overeenstemming met de derde stap van de goetheanistische fenomenologie; daar waar de innerlijke leiding beleefd kan worden in het scheppende proces dat de basis vormt voor de verschijnselen. In de astrologie vond hij de kosmische krachten en werkingen achter het leven terug in statische beelden. Met de hulp van Anthroposofie heeft hij deze kosmische werktuigen stap voor stap toepasbaar gemaakt via beeldentaal, muzikale werkingen (binnen de vier menselijke lichamelijkheden) en plastische vormkrachten. Hiertoe heeft hij de astrologie op een anthroposofische wijze toegankelijk gemaakt voor het moderne bewustzijn; hij noemt dit astrosofie. Deze uitwerkingen, ervaringen en scholingsmethoden om te ervaren heft hij enerzijds neergeschreven in meer theoretische boeken, anderzijds werkt hij deze uit in muziektheaterspelen, waarin spelers en toeschouwers innerlijk kunnen bewegen en doen met de kosmische krachten die erachter liggen. Op deze wijze kunnen zij deze gebruiken als zelfonderzoek alsook in de natuurlijke gebieden. Hij geeft cursussen en workshops om in contact met de natuurwezens achter de verschijnselen te treden, en deze te helpen genezen binnen etherische landschappen, wanneer dat wordt gevraagd.
De ontwikkelde scholingsmethoden in de levenswereld behelzen ook de vierde stap van de fenomenologie, waarin de zin als een wilsgebaar binnen zichzelf, binnen andere wezens en achter verschijnselen kan worden waargenomen. Hij werkt dit uit in boetseren en in beeldhouwen.
Voor zijn compositorische werk, en door vragen uit zijn omgeving, heeft hij zich toegelegd op de bouw van instrumenten die uitgaan van het beginsel van de kosmische klanken die de mens samengenzongen hebben vanuit de sterrewerelden, en die nu verstild zijn voor onze oren die op de fysieke wereld gericht geworden zijn. Hij tracht deze weer tot klinken te brengen door de gebaren van de dierenriemsterrenbeelden als basis voor de constructie van de instrumenten aan te wenden. Hij gebruikt de beelden en instrumenten in zijn eigen astrosofische onderzoek alsook therapie en in scholing. Vele stappen van ontwikkeling zijn vergezeld gegaan van een vraag van iemand en de erop volgende interactie.