05 aug

Inleiding in de vernieuwde antroposofie

Al vele jaren is er een verloop van antroposofisch geschoolde medewerkers in antroposofische instellingen, zoals in de gehandi­capten­zorg, op scholen, opleidingsinstituten, in werkgemeenschap­pen, en dat er instroom komt van werknemers die weinig tot geen affiniteit hebben met de antroposofie. Ook medewerkers die er wel in zijn geïnteresseerd, krijgen niet vaak adequate begeleiding hierin aangeboden, of cursussen waarin het ze duidelijk wordt gemaakt waarom de dingen gaan zoals ze gaan. Ook wanneer een antroposofische instelling fuseert, dient de eigenheid te worden benadrukt, zodat het geen antroposofisch ‘sausje’ wordt. maar zich als instelling ook werkelijk onderscheidt van meer reguliere instellingen. Wat lang niet altijd goed gaat.

Daarom leek het me zinvol om eens na te gaan wat eraan schort, en hoe je dat dan wel praktisch kunt invullen. Vandaar de navolgende opzet. En naast de bespreking mijnerzijds gaat het ook om een stukje invulling hierbij.

Wat is antroposofie

Volgens de grondlegger ervan, Rudolf Steiner, zou je elke dag een andere naam kunnen verzinnen. Maar het is gewoonweg de antroposofie gebleven. Letterlijk betekent dat ‘liefde voor de wijsheid omtrent de mens’. Volgens hem is het bij de stichting ervan, begin vorige eeuw, een nieuwe ingang tot de hogere werelden dan de louter fysieke, die zich echter alle in de fysieke wereld van de verschijnselen uitdrukken, ook in ons. Ons denken is nu zo ver ontwikkeld, dat we naast abstracte gedachten, ook voorstellingen kunnen produceren en daarmee onze wetenschap verruimen tot een geestwetenschap, die de hogere werelden bij de waarnemingen betrekt. Antroposofie is dus een vorm van wetenschap, en wel de geestwetenschap, die het intellectuele verstand wil richten op de werkingen van de geest, en zo tot beeldend denken kan worden.

Van hieruit ontstaat een beeld van de mens en de aarde dat uitgebreider is dan de overwegend natuurwetenschappelijke visie, die elk verschijnsel in en vanuit de fysieke werkelijkheid neigt te verklaren. Je krijgt een breder voorstellings- en begrippenkader wanneer je de wetenschap verruimt met de inzichten van de geest, en daarnaast van de werkingen van het leven en van de ziel. Daarmee heb je gelijk de drie hogere werkelijkheden, die zich in het fysieke bestaan afspiegelen: Het leven kun je herkennen bij het verschil tussen een slapend en een overleden persoon. De ziel kun je herkennen aan de gevoelens die je waar kunt nemen, en die je waarnemingen kleuren. En de geest heeft met zinvolheid en lichtkracht te maken.

Hiermee kom je ook aan een stuk ontwikkelingsmogelijkheid, want de antroposofie erkent op grond van geestelijke waarnemingen dat de ziel en de geest zich kunnen ontwikkelen. En dat doen ze niet alleen in één leven, maar in opeenvolgende levens op aarde door telkens verder te werken aan dat wat je je hebt voorgenomen om te ontwikkelen, en aan je onvolkomenheden om dat te bereiken. Je komt hier dus op het gebied van karma en reïncarnatie, wat de antroposofie deelt met verschillende andere religieuze en esoterische richtingen. Hierbij is wel eigen is dat ieder mens zijn eigen geest als ondeelbaar, in-dividueel ervaart vanaf zijn derde levensjaar, waartegen hij vanaf die leeftijd ‘ik’ zegt. En daarmee is het ook een vorm van esoterisch Christendom, want dat gaat uit van Christus die aan ieder mens afzonderlijk de geestkiem, het ‘ik ben’ heeft gebracht.

Dit zijn de pijlers van de antroposofie, maar daarmee is natuurlijk lang niet alles gezegd.

De antroposofie, ontstaan vanuit historisch perspectief

In de tijd van haar ontstaan waren er meerdere geestelijke stromen aan het ontwikkelen en actief in Europa, want de instroom van oosterse kennis vanuit onder andere Boeddhistische en de Hindoe tradities was toen zojuist op gang gekomen. Daarnaast was de poort naar de geestelijke werelden weer opengegaan, na een lange tijd van afgeslotenheid ervan – wat de Hindoe traditie het ‘Kali Yuga’ oftewel ‘duistere tijdperk’ noemt. Rudolf Steiner was aanvankelijk secretaris van de Theosofische Vereniging, welke zich grondde op die oosterse kennis. Maar na het aannemen van een aantal andere kopstukken hiervan dat Krishnamurti de verwachte wereldleraar zou zijn, scheidde hij zich hiervan af en stichtte met een aantal medestanders de Antroposofische Vereniging.

Maar de wortels ervan gaan nog veel verder terug. Er is een lange traditie in Europa van esoterische bewegingen. Die liep via het Keltendom (die als eerste volk de verbinding van Christus met de aarde hadden waargenomen), de Manicheeërs (de latere Katharen), de Tempeliers en Rozenkruisers. En ook binnen de kloosters is veel innerlijk werk verricht, wat allemaal voorwerk was voor deze nieuwe beweging, die zich vooral richtte op onze eigen esoterische tradities, en de inzichten en uitwerkingen aanpaste aan de toenmalige tijd.

Een aantal mensen uit de Theosofische beweging ging met Steiner mee. Maar onderling ontstond er veel strijd, aangezien vele van deze mensen en de stromingen die zij vertegenwoordigden, elkaar in vorige levens vaak op leven en dood hadden bestreden. Om hieraan het hoofd te bieden, richtte Rudolf Steiner rond Kerst 1923 de Antroposofische Vereniging opnieuw op door deze internationaal te maken en te grondvesten op de landsverenigingen. Hiertoe nodigde hij de vertegenwoordigers uit van alle geestelijke stromingen over de gehele wereld die op dat moment serieus innerlijk werk verrichten: dat waren tegen de 1000 mensen. En met hen stichtte hij de Nieuwe Mysteriën, waarbij iedereen door de antroposofische geestweten­schap zich kon laten leiden en innerlijk verrijken. Dit betekent dus, dat het geen besloten club diende te worden, maar dat elke religie en geestelijke traditie hierin mee kon doen.

Nu is na Steiner’s dood weer veel strijd opgelaaid, en is een deel van de leden en de door hen vertegenwoordigde geestelijke stromen uitgezet. Het deel dat verder ging, heeft de antroposofie op hun wijze naar beste kunnen ingevuld, maar nam niet opnieuw elke richting mee. En dat gaf op zijn zachtst gezegd wat verstarring, en ook wel dogmatisering – een reden waarom vaak antroposofen weerzin op kunnen wekken bij andere mensen. Gelukkig is daar de laatste jaren een keerpunt in gekomen.

Ook is er sinds de stichting veel gebeurd met ons menselijk bewustzijn, We zijn door twee wereldoorlogen heen gegaan, en ons bewustzijn is sterk gegroeid. Ook voor de hogere werelden van het leven, de ziel en de geest. Ons bewustzijn is stap voor stap voor en door het hart toegankelijk geworden. Steeds meer kinderen worden er geboren die al enigermate helderziend zijn, of helderhorend, of die sterke intuïties krijgen. We zijn als mensheid aan het doorgroeien.

Daarom ook dien je de antroposofie nu anders aan te pakken dan in de beginjaren. Toen werd er veel nagelezen over de geestelijke waarnemingen van Rudolf Steiner en enige van zijn medewerkers. Ne hebben steeds meer mensen de behoefte om dingen zelf te ervaren, en ook een weg te vinden met hun eigen al aanwezige innerlijke ervaringen. En die hangen niet alleen samen met het helderziende waarnemen van omstandigheden of gevoelens, maar gaan vaak meer in de richting van door het gevoel heen, verbonden aan het hart: innerlijk horen, en ook van intuïtief weten hoe de dingen in elkaar steken, maar daar nog geen weg mee weten.

Het gaat heden dus om methoden van zelfkennis door beleving, van je eigen binnenwereld en ook van de hogere werelden van het leven, de ziel en de geest in en om je heen. Het gaat om praktische handvatten om mee te kunnen werken, niet om louter theoretische uiteenzettingen – hoe verhelderend die ook vaak kunnen zijn. En je komt hier op het gebied van het ontwikkelen van de geestelijke vaardigheden van inspiratie, dat wil zeggen helder horen, voelen, en ook kunnen sturen van processen vanuit je hart; en op het gebied van de intuïtie, dat betekent inzicht krijgen in wat er leeft in je eigen wil en die van anderen en situaties. En dat vergt veel oefenen van waarnemen en vertrouwen op je waarnemingen, die veelal komen vanuit de onderbuik en door het gevoel heen. En al deze innerlijke waarnemingen, vanuit en door je eigen duisternis van het onderbewustzijn heen, dien je weer naar het heldere licht van het bewustzijn te brengen, echter achteraf. Dit is dus een weg van aftasten, proberen, en dan overdenken en wegen herkennen, in jezelf en in de processen om je heen.

Kortom: je dient de weg van de duisternis (voor de huidige op de buitenwereld gerichte zintuigen) te gaan bewandelen, door je gevoel heen, en hierin praktische handvatten te ontwikkelen op grond waarvan je zelf verder kunt komen. Je dient je eigen onhelderheden van je dubbelganger aan te zien, je eigen kleinheid. En daarmee ontwikkel je hogere zielszintuigen, die zijn gelegen op je chakra’s. Dit is dus een richting die je met de antroposofie in de huidige tijd dient te bewandelen. En zo vernieuw je haar en past haar aan bij het huidige bewustzijn, dat al een eeuw verder is in haar ontwikkeling dan bij de stichting van de antroposofie.

 

Als invulling van die nieuwe wegen vanuit de inzichten en ervaringen kun je denken aan de volgende onderdelen:

Je dient een schildering te geven van de kosmisch-aardse ontwikke­ling en de samenhang met de vier elementen en onze vier lichamen

De antroposofie gaat er namelijk vanuit dat onze huidige vaste toestand van de aarde is ontwikkeld uit een stap voor stap verdichting van de oorspronkelijke oer-warmte (het element vuur), via de lucht en het licht (element lucht) en het water en de klank (het element water). Op deze voormalige toestanden van de aarde werden respec­tie­velijk ons fysieke lichaam aangelegd, in de warmte (deze toestand heet de Oude Saturnus), ons levenslichaam, toen in de lucht, nu in het water (genoemd de Oude Zon), en daarna ons astrale ofwel zielslichaam, toen in het water (genoemd de Oude Maan). Na onze vaste aarde komen er nog drie toestanden van de aarde, die meer en meer zullen verfijnen en minder dicht worden, waarop we onze hogere geestkwaliteiten imaginatie, inspiratie en intuïtie zullen kunnen uitwerken.

Deze zienswijze geeft een dieper en breder perspectief aan de zin van ons bestaan dan dat de huidige natuurwetenschap ons voorspiegelt, aangezien die alles alleen in en vanuit het fysiek waarneembare neigt te verklaren, zonder een ontwikkelingsperspectief van materie en chemische elementen.

-de herkenning van de vier lichamen: geest, ziel, levens- en fysiek lichaam

Je kunt uit deze kosmisch-aardse ontwikkeling ook begrijpen hoe onze vier lichamen geest, ziel, levens- en fysiek lichaam samenhangen met de gehele ontwikkeling, en ook hoe wij daarmee omvormend aan onszelf en aan de aarde kunnen werken. Dat geeft heldere handvatten voor verdere ontwikkeling. Met name het weten over het levenslichaam is iets wat de antroposofie helder en eigenlijk uniek heeft uitgewerkt.

-de vier temperamenten die hiermee samenhangen

Vanuit de vier lichamen en hun weerslag in het levenslichaam van de mens, kun je ook begrip krijgen voor de vier temperamenten, die basaal je verbinding met de wereld bepalen. Nu hebben de meeste mensen een mengvorm van verschillende temperamenten, maar je kunt jezelf en anderen door deze kennis toe te passen, wel beter begrijpen.

-de zielsstructuren en hun samenhang met de ontwikkeling van cultuurperiodes

We hebben drie verschillende typen van ziel:

eentje waarmee we gewaarwordingen en gevoelens kunnen hebben;

eentje waarmee we kunnen denken;

en eentje waarmee we bewust kunnen worden aan en door ons fysieke lichaam en aan de fysieke wereld der verschijnselen.

Elk van deze zielsstructuren hangt samen met een specifieke cultuurperiode. De huidige, begonnen met de Renaissance, is die van de bewustzijnsziel. We zijn daarom heel anders qua bewustzijn dan de Middeleeuwer.

-de chemische elementen als een weerslag van dit ontwikkelings­proces in ons: de eiwitten die de sfinx in ons vormen

Heel belangrijk is het om te weten dat ons fysieke lichaam en de gehele fysieke werkelijkheid een weerslag is van hoge geestelijke werelden. Zo zijn de chemische elementen de dragers van onze verschillende lichamen, en hun objectivaties in de fysieke werkelijkheid om ons heen. Zij zijn verdichtingen van de gebieden van de dierenriem, waarachter de hoge engelwezens schuil gaan die wij de Cherubijnen ofwel Harmoniegeesten noemen.

Onze eiwitten zijn opgebouwd uit de volgende vier basale elementen:

*Koolstof – drager van ons fysieke lichaam (vanuit de Schorpioen)

*Zuurstof – drager van het leven (vanuit de Waterman)

*Stikstof – drager van de ziel (vanuit de Stier)

*Waterstof – drager van de geest (vanuit de Leeuw)

Deze 4 elementen in het eiwit vormen de sfinx in ons; de herinnering aan een oude ontwikkelingsfase die nu in ons fysiek is geworden. En hieraan verbonden vind je de andere belangrijke chemische elementen. Deze chemische elementen zijn afkomstig van andere gebieden van de dierenriem; zij zijn de helpers van de vorige vier.

-de 12 zintuigen alle leren kennen en ervaren

Naast de vijf op de buitenwereld gerichte zintuigen kijk, geur, smaak, tasten en horen zijn er nog zeven meer verborgen zintuigen: levenszin bewegingszin, warmtezin, evenwichtszin, denkzin en woordzin. Deze te leren kennen kan veel over jezelf zeggen, en helpt je de waarnemingen beter te differentiëren.

-de 7 à 8 zielezintuigen en hun ontwikkelings­mogelijkheden

Wanneer we onze ziel en geest ontwikkelen, openen we de hogere zielszintuigen die zijn verbonden aan onze chakra’s ofwel lotusbloemen. Deze liggen in tussen ons astraal/zielslichaam – waarin we bewustzijn hebben – en ons levenslichaam – dat bestaat uit vormen en gebaren, die zich in de tijd kunnen ontwikkelen. Elk van deze bloemen heeft een specifiek aantal bladen. Door moreel te leren werken vanuit onze idealen en principes, maak je bewuste gebaren, geheten ‘deugden’, en hiermee open je de verschillende bladen van deze hogere zintuigen, waardoor je waarnemingen kunt krijgen uit de hogere werelden; die van het leven, de ziel en de geest.

 

-de zielstypen van de mens ervaren vanuit de eigen orgaan-stemmingen i.s.m. de planeetwerkingen in ons

We nemen bij onze geboorte de krachten en kwaliteiten van de planeetsferen om de aarde met ons mee, en vormen er onze organen mee. We zijn dus in die zin letterlijk de microkosmos als afspiegeling van het grotere geheel. Deze planeet/orgaankrachten bepalen sterk je stemmingen en ook je wijze van handelen. Leer je die kennen, dan kun je anderen beter begrijpen, want ieder heeft een of twee van die planeetwerkingen prominent in zijn constitutie aanwezig.

Je kunt deze typen heel goed in ritmen en toonaarden van de planeten beleven.

-de wezens achter de elementen leren kennen en met hen samenwerken

De verschijnselen in de wereld worden veroorzaakt en in stand gehouden door onzichtbare wezens die werken in en door een van de vier elementen. zij zijn de gedachten van nog hogere wezens, de groepen van engelen, die scheppend zijn in hun denken, en wanneer zij denken, schappen zij wezens die hun gedachten dan uitvoeren. Dat zijn de wezens in de elementen. Wij kennen ze uit sprookjes. Maar zij onderhouden de wereld, en ook ons lichaam. Hen leren kennen en met hen leren samenwerken is essentieel voor onze verdere ontwikkeling, want we dienen het samen met hen te doen. Zo was dat in een oude tijd, toen ij mee hielpen te bouwen aan onze lichamen. Zij hebben zich echter van ons bewustzijn teruggetrokken – oftewel ons bewustzijn voor hen werd gesloten. Nu gaat ons bewustzijn weer wel open en wachten zij op onze leiding.

In elk beroep kun je met hen leren samen te werken; dat doen zij heel graag.

-de engelen van de aarde en van de hemel leren kennen in hun werkingen

Dit zijn twee onderscheiden groepen in hun werkingen. Zij komen overeen   in  bewustzijn,  maar  niet  in hun  werkingen.  Hen  te  leren kennen is essentieel voor het verdere verloop en beheer van de aarde.

De eerste groep zijn allen hulpen van Moeder Aarde. Je vindt hen in processen van gezondheid en ziekte, bij energetische stromen, en bij de planten als de leidende engelen, de zogeheten plantendeva’s. Erg belangrijk om met hen te leren samenwerken wanneer je met kruiden werkt. Daarnaast de storm-engelen, de stroom-alven, riviergoden, en de winden-engelen. En heel belangrijk: de landschapsengelen. Zij beheren energetische landschappen en leiden de elementwezens.

De hemelse engelen zijn onder te verdelen in negen bewustzijns­groepen, waarvan elk een aangrijpingspunt heeft in een van de planeet- en sterrensferen.

Deze engelgroepen leren kennen helpt je processen en omstandig­heden te doorzien en erop in te spelen. Je komt hun werkingen tegen in elke geleding van de samenleving en maatschappij, dus ook binnen je werk.

-de gevallen engelen in verband met de onderaardse sferen en hun uitwerkingen in ons en in de cultuur

Bij elke ontwikkelingsstap van de verschillende engelgroepen, waar­door zij zelf verder in hun ontwikkeling kwamen, bleef een deel van hun broeders achter en ging tegenwerken. Dit omdat zij zich niet vrij voelden, en juist dit wel wilden bereiken. Zij zijn de wezens die we kennen in elke tegenwerking binnen onszelf en in de maatschappij en samenleving. Maar zonder hen zouden we ons niet ontwikkelen.

Voor elk van deze groepen van tegen-engelen zijn er sferen onder de aarde gemaakt, waarin zij aangrijpen. Zo zijn er dus ook negen tegen-sferen in de aarde.

-de dubbelganger in zijn aspecten leren kennen in jezelf en in anderen, en hiermee leren omgaan

Onze dubbelganger draagt die set van krachten en kwaliteiten waarvan we ons nog niet bewust zijn. Dat uit zich dan in onze gedra­gingen, en anderen kunnen zich hieraan stoten en ergeren. Het zijn je nog niet bewust geworden delen in je ziel. Door de reacties van anderen op jouw gedrag kun je die delen van de dubbelganger bewust worden en eraan gaan werken. Dat vraagt dus de moed om dit aan te durven zien in plaats van de ander overal de schuld van te geven.

Ga je in je leven al of niet bewust een inwijding in de onbewuste lagen van je ziel, dus door je orgaanprocessen heen, dan kan zich je dubbelganger onverbloemd aan je tonen. Je dient je dan verder bewust met hem uiteen te zetten, anders loop je in de valkuilen binnen jezelf. Deze leren kennen, ook in werksituaties, is een essentieel onderdeel van ons mens-zijn binnen onze samenwerkingsverbanden.

-de religieuze jaarfeesten als gymnastiek van de geest, het ik

Door de jaarfeesten te beleven, die samenhangen met de doorgang van de zon door de dierenriem gedurende een jaar en daarmee samenhangt de seizoenen, verbind je jouzelf met de werkingen vanuit de dierenriem, die je eigen geestkiem, je ik voeden en sturen. zo kun je jezelf als een geest beleven tussen de vele anderen. En kun je groeien, door de weerstanden heen.

-de werkingen van de sterren en de sterrenbeelden in ons en in de aarde leren kennen

De sterren en sterrenbeelden vormen de oervormen voor ons lichaam, en voor alles om ons heen. Daarnaast zijn ze de uitgangspunten voor onze ontwikkeling, want we nemen ze mee van voor onze geboorte als onze idealen. Deze leren kennen, helpt je sterk in je ontwikkeling, en kan ook de omstandigheden waarin je verkeert, verhelderen.

Er zijn daarnaast 4 verschillende wegen aan de sterrenhemel te ontdekken, die elk met de ontwikkeling van een van onze lichamen samenhangt. Wil je je dus door je leven en werk verder verdiepen in het geestelijke en/of zoek je een inwijding, dan is kennis omtrent de sterrenhemel onontbeerlijk. Het zal je een diepere zin aan je leven geven.

 

Al deze onderdelen en de toepassing van deze kennis en ervaringen in je eigen vakgebied (zoals in de pedagogie, heilpeda­gogie, eurythmie, kunstzinnige therapie, maar ook in elk ander denkbaar deelgebied) kan je sterk helpen verdiepen in het werk dat je uitvoert. Het geeft tevens een diepere zin, want je kunt je ermee en erdoor innerlijk ontwikkelen. Wat een van de hoofdoelen is waarom we op aarde rondlopen.. Je kunt je deze onderdelen met specifieke oefeningen en waarnemingen eigenmaken. Het gaat hierbij vooral om de eigen ervaringen. Binnen de Jaspis School zijn hier heel praktische en handzame methoden en werktuigen voor ontwikkeld, die vooral het kunstzinnige en speelse in je wakker maakt.

 

Deze blog is verschenen in tijdschrift Sterrenwijs nummer 13.

10 mrt

De Geschiedenis van het Westerse Esoterische Christendom

Rond het jaar 30 gebeurde er de belangrijkste daad voor de aarde en mensheid: Christus, een boven-kosmisch wezen, verbond zich met Jezus van Nazareth, welke zo via een ingewikkeld proces werd tot Jezus Christus (oftewel de drager van Christus). Deze bracht het Ik Ben, oftewel het individuele ik, de geest voor ieder mens. Ervoor waren we namelijk meer groepswezens, verbonden aan familie, clan, stam en volk. Sindsdien kunnen we ieder voor zich een individuele ontwikkeling gaan, en worden waartoe we voorbestemd zijn, namelijk een engel of nog hoger door het fysieke bestaan heen.

Jezus werd gedragen vanuit de gemeenschap van Essenen, dat was een esoterische orde die voort was gekomen uit het Boeddhisme: zijn oprichter Jeshu ben Pandira was de opvolger van Gautama Boeddha, en zal de volgende Boeddha, Maytreya worden. Daar heb je al de eerste esoterische orde die met het Christendom verbonden is. Na de verwoesting van Jeruzalem in 69 na Chr. ging deze orde ondergronds.

Voor de ontwikkeling van het Christendom en diens opgave om het ik-bewustzijn te dragen en hoeden, hebben zich drie toenmalige grote volkszielen geofferd. Als eerste de grote Griekse volksziel: die liet zijn volk los en draagt de uiterlijke kerk. De Romeinse volksziel zorgde met de burgerrechten dat het tere mensen-ik beschermd bleef binnen zijn grenzen.  En de Keltische volksziel liet zijn volk grotendeel los, en offerde zich voor het voortbestaan en ontwikkelen van het esoterische Christendom. In Ierland hadden de priesters al de verandering van de aarde waargenomen toen jezus stierf en Christus door de onderwereld ging waarna Hij opstond. Zij ontwikkelden hun eigen vorm van Christendom, tot grote verbazing van Saint Patrick die vanuit de paus in Rome was gestuurd om hen te kerstenen. In Avalon vind je later nog een uitbreiding en verdieping van deze vorm van Christendom: de priesteressen hier werkten samen met de hogere natuurwezens, van wie er meerdere ook als priesters waren geïncarneerd. Dit en andere geheime genoot­schappen vormde een mooie basis voor het esoterisch Christendom.

Verder zijn lange tijd de Kelten, die verspreid leefden door heel Europa, zelfs tot in Turkije, de opvoeders geweest voor de toen nog zeer jonge Germanen. De opdracht van de Germanen was het om als eerste menselijke ras wakker voor de geest te worden in het fysieke lichaam (de voorgaande culturen waren nog niet zo diep geïncarneerd geweest). Daartoe dienden ze eerst hun wildheid te temmen, waarbij de Kelten vaak hielpen, en werden ze eerst in de vervoering van het gedicht (skaldenlied) en in de strijd ineens van hun ik bewust. Vandaar de grote moed bij de Germanen. Later is dit bij de Vikingen wat decadent geworden als ze ‘berserk’ gingen.

Belangrijk voor de ontwikkeling van het Christendom in verband met de hogere ontwikkeling die een mens kan gaan, is een bijeenkomst die Mani in de 4eeeuw bijeenriep, met Zarathoestra, dat was degene die Jezus van Nazareth was geweest en sindsdien rondging als meester Jezus; iemand door wie Gauthama Boeddha heen werkte, en de voormalig Atlantische ingewijde Skythianos, ook een voormalige leerling van Christus. Zij namen de taak op zich om de Graal naar het westen te brengen. De Graal bestaat uit drie onder­delen, die elk met een van de hogere geestkrachten van de mens samenhangt: De Graalskelk (van het Heilig Avondmaal) hangt samen met het beeldbewustzijn wanneer je je denken tot schaal omvormt; de wijn van het Heilig Avondmaal is het getransformeerde bloed van Christus, en staat voor ons toekomstige inspiratieve vermogen; en het brood van het Heilig Avondmaal staat voor het omgevormde lichaam van Christus, ofwel ons toekomstige intuïtieve vermogen.

Mani stichtte het manicheïsme, een mystieke godsdienst die onder ander een streng ascetisme nastreefde. Het heeft tot in de verre Middeleeuwen invloed gehad op onder andere de Katharen (waarvan ons woord ‘ketter’ afstamt).

Skythianos reïncarneerde in de 5eeeuw als Siegfried, die door Brunhilde te wekken ritueel het hogere ik van de mens deed ontwaken (Brunhilde was een schikgodin). Door de hierop volgende gebeurtenissen werd Siegfried vermoord, en dit veroorzaakte indirect de grote volksverhuizingen waardoor de Germaanse stammen zich over Europa verdeelden en de volksleiders werden die we grotendeels nu nog kennen. De adel ontstond mede hierdoor.

Door de kerkvaders werd binnen de kloosters veel innerlijk voorbereidend werk in de ziel gedaan, zodat deze werd voorbereid met morele oefeningen en gebed om de geest ook te kunnen dragen. Het overschrijven met de hand van meerdere oude boeken en manuscripten droeg erg bij aan de uitbreiding van theologische en ook esoterische kennis. De monnikenweg was een echte inwijdingsweg.

Het Keltische Christendom vond zijn bloei in de 8eeeuw met koning Arthur en zijn tafelronde. Zij hadden een nauwe samenwerking met Avalon en daarmee de Keltische mysterie-inhouden. Hier verscheen ook de jonge dwaas Parcival, die op weg gaat om de Graal te vinden. Na meerdere mislukkingen en omwegen bereikt hij de Graals­burcht en verlost er de gevallen koning, waarop hij zelf tot Graal­­koning wordt. Parcival is een reïncarnatie van Mani die vanuit onwetendheid leert om medelijden te ontwikkelen, waardoor hij de Graal voor zich verovert. Daarmee is hij de drager van de nieuwe cultuurimpuls, die eerst met de Renaissance aanvangt: het Vissen-tijdperk, dat met het ontwikkelen van medeleven, compassie, samenhangt., en waardoor we de verstrikkingen van het lot kunnen omkeren naar groei en bevrijding.

Als verdere voorbereiding hierop reïncarneerde eerst Skythianos als de achterkleinzoon van Parcival, Lohengrin, die de Graal naar buiten diende te brengen door met zijn zwanenridders de Hanze-impuls te brengen. De Middeleeuwse mensen waren namelijk nog steeds heel open voor de kosmos: ze woonden in kleine houten huizen met rieten daken, verspreid in kleine dorpen over het land. En ze werden overheerst door steeds machtiger wordende edelen. Door de Hanzesteden konden mensen binnen de stadsmuren en huizen vrijheid veroveren met hun handwerken, hun gildes, en ze konden hun binnenwereld verzorgen. De handel zorgde voor een eigen economie, zodat ze zich nog verder los konden maken van de dwingende adel. Daarnaast dienden de zwanenridders zich wel voort te planten maar niet hun naam te noemen en aan de kinderen te verbinden, zodat zij als adellijk geslacht zouden uitsterven. Dit laatste is helaas niet gelukt, zodat tot aan de eerste wereldoorlog de adel nog steeds de dienst is blijven uitmaken, en achter de schermen dit nog steeds doet.

In de tijd van de kruistochten ontstond de orde van de Tempe­liers, en in Duitsland de Duitse orde (gesticht door Skythianos in Hugo van Paëns, de eerste grootmeester van de orde). Dit waren monniken die hun zwaard in dienst van Christus stelden. Zij waren dus een intuïtieve mysteriestroom. En ze brachten het monnikendom naar buiten, in de wereld, buiten de beschermde muren van de kloosters. Ze hadden het eerste banksysteem dat op waarde was gegrond. Dat heeft zo’n 200 jaar rust gebracht in Europa en gefloreerd. Ook brachten zij de tempelgeheimen uit Jeruzalem naar het westen, wat zij vorm gaven in de Gotische kathedralen. Deze werden betaald met zilver dat zij in Zuid Amerika dolven. De paus kreeg er echter een luchtje van dat ze niet loyaal aan Rome, maar aan de Johannieter Orde in Jeruzalem waren, aangezien ze daar een rechtstreekse voortzetting van waren. Daarnaast wilde de Franse koning hun goud hebben. Hij zette daarom een van de pausen aan om een proces tegen hen te beginnen. Hierdoor werd uiteindelijk de orde opgeheven, en de laatste tempelridders belandden op de brandstapel. Alleen in Portugal ging de orde verder onder de naam Orde van Christus. Van hieruit zijn later de grote ontdekkingsreizen ondernomen.

Aangezien door de beëindiging van de Tempeliers het esoterische Christendom dreigde te verdwijnen, trachtte Christian Rosenkreuz dit nieuw leven in te blazen. Maar de edelen waren bang geworden voor de macht van de paus, en gingen niet met hem mee. Daarop stichtte hij met een klein groepje medestanders de Orde van de Rozenkruisers, en richtten zij zich op de ontwikkeling van de alchemie. Deze Rozenkruisers zijn nog steeds ondergronds actief.

Christiaan Rosenkreuz zelf incarneerde slechts korte tijd in een jongetje dat het opstandings-fantoomlichaam van Christus droeg. Hierin hebben twaalf mensheidsleiders hun hogere geestkrachten in laten uitstromen, waaronder de sterrenkrachten. Sindsdien kunnen wij met goede daden en de ontwikkeling van deugden dit fantoom­lichaam doen groeien voor heel de mensheid. Het jongetje stierf kort hierop, en het fantoomlichaam wordt in het geheim gehoed.

In de 19eeeuw ontstonden nieuwe esoterische richtingen, mede door de esoterische kennis die eerst uit het oosten kwam: eerst de Theosofen en later, hiervan afgesplitst, de Antroposofen onder leiding van Rudolf Steiner. Die stichtte in 1923 de nieuwe mysteriën, waartoe hij zo’n duizend vertegenwoordigers van alle geestelijke richtingen over de hele wereld bijeen riep. Dit heeft hem zelf de kop gekost, want hij is vergiftigd hierna. Maar die nieuwe mysteriën zijn een feit, en mijn eigen esoterische school is daar een onderdeel van.

Tijdens de 2eWereldoorlog vond er een tweede kruisiging van Christus in de levenswereld plaats, mede door ons ver doorgevoerde materialisme. Met de mogelijkheid dat we nog verder uit kunnen groeien wanneer we dat innerlijk overwinnen.

Deze kruisiging heeft tot gevolg gehad dat het derde boze, de antichrist, niet goed heeft kunnen aangrijpen in 1998, tijdens de grote zonsverduistering toen. En in 2012 is mede door die kruisiging het bewustzijn in het hart gekomen voor ieder mens. Waarmee we ons verder kunnen gaan ontwikkelen in en door de duisternis in onszelf heen. Hier zitten we nog middenin. Want als je nu vanuit de schijnbare zekerheden in het hoofd wilt leven en de controle wilt houden, kom je meer in de chaos en paniek terecht. Maar als je vertrouwen hebt in de kracht van het hart, kun je niet zo makkelijk je volgende stappen overzien, maar laat je je meer leiden door wat je aanvoelt als juist. En dat geeft een grotere gemoedsbedding om vanuit te leven. En handvatten voor een snellere innerlijke ontwikkeling.

Je komt hier namelijk aan het geheim van de licht- en duisternismysteriën. Voor de komst van Christus waren deze mysteriestromingen strikt gescheiden. Zij worden aangeduid als de moeder en de zoon mysteriën. De lichtmysteriën leidden naar het heldere beeldbewustzijn, de imaginatie wanneer je je ziel richt op de geestwerelden. De duistermismysteriën leiden naar de voor het bewustzijn duistere werelden van het leven, de ziel en de geest door jezelf heen, door je organen die voor het bewustzijn aanvankelijk duister zijn. Je ontwikkelt hier door je in levensprocessen in te leven de inspiratieve en intuïtieve vaardigheden.

Christus heeft deze stromingen met elkaar verbonden. Zijn moeder kon het leiden van haar zoon aanzien doordat ze de geestelijke werkelijkheden erachter schouwde: zij was dus in de lichtmysteriën ingewijd. Zijn leerling Johannes, de uit de dood (inwijding) opgestane zanger Lazarus was inspiratief en intuïtief (door de dood en opstanding heen) ingewijd, dus een vertegenwoordiger van de duisternismysteriën: hij lag vaak aan Christus’ borst te luisteren naar de kosmische klanken uit Diens hart. Zij stonden beiden onder het kruis, waarop Christus ze toen met elkaar verbond, door te zeggen “Moeder zie uw zoon. Zoon zie uw moeder.” En de zoon duidt op wat Johannes later in zijn Openbaringen zal beschrijven als de Mensenzoon, het hogere ik van de mens dat geheel is geworden. Zij dienden zich dus in elkaar te spiegelen. De moeder heeft de levenskrachten van de zoon nodig, opdat ze niet zal verstarren in dogma’s en dode beelden. En de zoon heeft de inzichtkrachten van de moeder nodig, zodat hij licht kan brengen in de wegen en gebaren die hij in de levenswerelden doorloopt.

De Antroposofie is vooral ontwikkeld in de imaginatieve richting. Sinds 2012 is echter het bewustzijn van de mensen meer bewust in het hart komen te liggen, waardoor juist de duisternisweg door de organen heen makkelijker toegankelijk is. Daar kan het hoofd weinig mee, dat genereert hooguit angst voor het onbekende. Vandaar dat er veel mensen nog steeds trachten de controle over hun leven te houden door zo veel mogelijk hun leven te plannen, wat echter steeds minder lukt. Het vertrouwen vanuit het hart dat je elk moment kunt wegen en stappen nemen, geeft je nu veel meer ontwikkelingskansen. Het is even wennen.

 

Verschenen als artikel in Sterrenwijs nummer 12.