06 jan

De samenstand van Saturnus en Pluto en hun impact op de winter

De dans van de planeten van Januari – eind Maart 2020

We beginnen meteen op 12 Januari met de exacte samenstand van Saturnus en Pluto in de Steenbok, die er al langere tijd aan zat te komen. Voor de gevestigde orde betekent dit buigen of barsten. Je ziet ook in veel landen dat het volk het bit op de tanden neemt, zoals in Frankrijk, Irak, Iran, Hong Kong, Guatemala en Bolivia. In ons land roeren zich met name de bouwers, boeren en leraren, de eerste twee door het onzinnige beleid wat betreft de stikstofbelasting van het milieu, zoals bepaald in het klimaatakkoord van Parijs. Dit wordt op 10 Januari voorafgegaan door de volle maan in de Kreeft en een halve maansverduistering – waardoor oude en hevige onverwerkte astraliteit bevrijd kan worden. Hier worden nog even extra de gevoelens van de gewone man benadrukt. De confrontaties tussen houders van machtsstructuren en de gevoelens van onrecht uit de verschillende lagen van de bevolking worden op de spits gedreven. Achter de schermen wachten de 144.000 dagvaardingen van politieke en maatschappelijke machthebbers voor onder andere machtsmisbruik, landverraad en kinderhandel en -misbruik.

Op 13 Januari komt de zon ook samen met de twee heftige planeten en ook Mercurius doet er een schepje bovenop. Wat verborgen was, komt onherroepelijk aan het daglicht en er zullen de nodige machthebbers gaan vallen. Mars is dan zojuist overgegaan naar de Boogschutter, waardoor de wilskrachten worden gebundeld door grote visies en rechtvaardigheidsgevoelens.

Alles wat zich heeft voorbereid aan spanningen en ook het blootleggen van verkeerde machtsstructuren, kan nu geheel en al aan het licht komen. Dit is een grote uitdaging en ook mogelijkheid voor de gehele mensheid om zich voor eens en altijd te bevrijden van het juk van de manipulerende elite. Mogelijk ook, door Pluto in de Steenbok,  dat nu het op schulden gebaseerde geldsysteem omgaat en er een rechtvaardiger systeem voor in de plaats komt (zoals wordt voorbereid, eentje dat is gebaseerd op goud en goederen).

Op 20 Januari gaat de zon over in de Waterman en maakt op de 23e een vierkant naar Uranus in de Stier. Dit kan creatieve krachten met betrekking tot Moeder Aarde aanwakkeren. Mogelijk dat er een nieuw energiesysteem wordt vrijgegeven dat de aarde minder geweld aandoet dan het huidige dat nog grotendeels op fossiele brandstoffen is gebaseerd, en de belangen die daarmee gepaard gaan.

Dit alles betekent op het persoonlijke vlak: uitspreken waar je voor gaat, en alles wat niet bij je hoort, uit jezelf en je leefomgeving plaatsen. Anders blijft het je bedrukken en dien je het met je mee te slepen. Er wordt een appèl op ons gedaan. Saturnus in de Steenbok is helemaal het ik op zichzelf betrokken, in het fysieke lichaam, en Pluto op deze plaats laat geen concessies toe op dat wat niet het zelf is: daar is het buigen of barsten, met de transformatie van alles wat niet tot ons hoort. Met de volle maan wordt de zielsinhoud geheel opgelicht; bij de maansverduistering mogen alle onheldere gevoelens zich bevrijden, zodat we helderder kunnen waarnemen in de ziel. Als dan ook de zon erbij komt, kan het ik alles met zijn bewustzijnslicht doen oplichten, en kun je makkelijker je wilskeuzes maken. Het karma kan zo genezen. Bevrijd jezelf van wat niet bij jouzelf en je eigen weg behoort. Mercurius geeft je daartoe het onderscheidingsvermogen en ook de heldere methodiek hoe je dat aanpakt.

Hiermee is de toon gezet voor het verdere verloop van de winter.

 

Een heftige winter op zielsgebied

De hele tijd staat Cheiron, de grootste zielewond, in de Ram. Dat geeft aan dat het individuele wilsgebied van ieder mens is geschaad en vraagt om heling.

In de loop van Januari voegt zich Lilith hierbij, vanuit de Vissen. Aanvankelijk is onze verborgen vrouwelijke/anima zijde behoeftig naar medeleven, compassiekracht. Maar in de Ram eist zij prominentie in de ziel. Of we nu willen of niet, wij dienen onze zachte kant van de ziel aan te zien en te laten spreken, de linker zijde van ons wezen, want de mannelijke rechterhelft met zijn geplande denken functioneert niet genoeg meer om ons leven onder controle te houden. Er wordt van ons de overgave gevraagd aan onze gevoelszijde.

Tevens staat de samenstand van Cheiron en Lilith vierkant op de maanknopen: de zuidelijke in de Steenbok, duidend op carrière, mannelijkheid en vormelijkheid, en de noordelijke in de Kreeft, duidend op de zorgzaamheid voor de ziel, het eigen huis, en met name de familie. Deze laatste komt stevig onder druk te staan, en de mensen worden innerlijk gevraagd waar zij voor gaan: voor zelfrealisatie door de gevoelens, het hart heen, met zorg voor de naasten en medemens, ofwel voor louter uiterlijkheid en vasthouden aan de oude structuren en statussymbolen van macht.

Begin Februari beweegt Venus over Neptunus in de Vissen. Hierdoor wordt het gevoel (Venus) werkelijk gericht met compassiekracht (Neptunus) op alles wat leeft, ook binnen onszelf. En midden Februari komt Venus in de Ram en samen met Cheiron en Lilith. Dit wakkert de gevoelszijde erg aan, en ook het individuele ontwaken voor de onderdrukkingen waaraan de mensen lang hebben geleden. Tevens maakt Venus een vierkant naar Mars, die op de zuidelijke maanknoop in de Steenbok staat. Dit duidt op een sterke strijd tussen het mannelijke en vrouwelijke, en doet een extra beroep op de gevoelszijde van de mensen, want vanuit de machtsstructuren wordt er nog steeds vastgehouden aan de oude orde. Mercurius is in die tijd door de Waterman gelopen, waardoor de sociale verhoudingen meer in het nieuws kunnen komen. In de loop van Februari gaat hij over naar de Vissen, waardoor met name de misstanden in het levens-gebied voor het voetlicht kunnen komen: hier kun je denken aan het hevige misbruik van kinderen in allerhande rituelen. Aangezien Venus en Mars samen de gewaarwordingsziel vormen, heb je grote kans dat dit de tijd is van de grote openbaringen van de misstappen van onze politici, met name op dit gebied van kinderhandel en misbruik (waardoor zij ook gechanteerd zijn door de erachter liggende elite). Het is de tijd van de grote openbaringen, en het is nog maar afwachten hoe het grote publiek hierop zal reageren: datgene waar ze het vertrouwen is aangepraat, wordt ernstig onderuitgehaald.

In Maart komt Jupiter in de Steenbok samen met Saturnus en Pluto, halverwege Maart komt ook Mars hierbij. Hier zie je een toppunt van de werkingen van Pluto in de machtsstructuren. en de quintiel-aspecten naar Lilith en Cheiron geven de scheppende mogelijkheden hoe je hiermee om kunt gaan ter heling van je wezen, door vanuit je gevoel je eigen aangedane pijnen aan te zien die het eeuwenlange patriarchale systeem heeft uitgeoefend op je normen (Jupiter) en ook wijze van handelen (Mars). Onderdrukken met uiterlijkheid (Saturnus) werkt niet meer. We dienen ons als individu dan stevig in onszelf gegrond te hebben, want er kan een hoop sociale onrust uitbreken.

Eind Maart beweegt de zon over Lilith en Cheiron heen, bij de aanvang van de lente. Dan kun je de vruchten van je gevoelshouding en individuele streven naar vrijheid gaan plukken. De zon maakt dan quintielaspecten naar Mars en Saturnus, terwijl beide zijn door bewogen naar de Waterman. Er komt hierdoor meer rust terug in het sociale, en er kunnen zich nieuwe maatschappelijke structuren in aanzet gaan ontwikkelen. De zwaarste druk op het maatschappelijke systeem is dan van de ketel. Er is ook achter de schermen gepland dat de ‘grootste boeven’ dan zijn gearresteerd en er rechtszaken of tribunalen tegen hen zijn gestart. En dat is een internationaal gebeuren, al zal dit proces in de VS beginnen, het land dat wordt beheerst door Saturnus. Mogelijk is dan ook het oude geldsysteem dat op schulden is gebaseerd, afgeschaft en het nieuwe geldsysteem, gebaseerd op goud en goederen, wereldwijd aangenomen. Het zal de schuldendruk doen afnemen, en ook mogelijk maken dat schonere energiebronnen, die nu nog worden onderdrukt, naar voren kunnen komen. In de loop van Maart voegt Venus zich bij Uranus in de Stier, en dit kan de gevoeligheid voor deze nieuwe technieken en ook landbouw­methoden versterken. De landbouw kan een push naar verduurzaming ondergaan.

Voor ons als individu duidt dit alles erop dat je in de winter vooral schoon schip dient te maken wat niet bij je hoort, en je leven te laten leiden door vooral je gevoel, niet zozeer je hoofd. Want überhaupt is lange termijn planning niet aan de orde vanwege de onzekerheden in het maatschappelijke bestel. De basiswaarden en omstandigheden gaan op de schop. Pas in de lente kunnen we weer meer onze koers gaan bepalen.

Blijf bij je hart, is het devies.

Verschenen in Sterrenwijs nummer 15.

07 dec

Het religieuze jaar als afbeeld van de mens- en wereldwording

Een verandering van godsdienst

Onze westerse cultuur heeft tijdens de Middeleeuwen het Christendom opgenomen, als aflossing, oftewel omvorming, van wat de Kelten aan de Germanen hebben overgedragen van de feesten gedurende de vier jaargetijden. Nu is er van verschillende kanten een scherpe aanval op onze geestelijke tradities, van verschillende kanten, zoals de binnenkomst van andere religies (uit het oosten en Midden Oosten, uit de Amerika’s). Uit atheïstisch-wetenschappelijke hoek (die neigt het bestaan van God te ontkennen, aangezien die niet met de huidige onderzoeksmethoden aantoonbaar zou zijn).

Echter zijn de gebeurtenissen die zich historisch op de aarde hebben afgespeeld, wel degelijk van invloed geweest op de verdere ontwikkeling: deze hebben zich afgetekend in het wereldgeheugen, de akasha-kroniek. En we hebben er terdege mee te maken. Zo kun je gedurende de adventsweken voor de winterzonnewende en kerst ervaren dat je je eenzaam en verlaten voelt. Dit komt doordat je eigen beschermengel zich losmaakt van je verschillende lichamen, zo, dat je zelf op kerstavond de nieuwe inslag van je ik, je geestkiem, kunt ontvangen voor het gehele aankomende jaar. Achtereenvolgens:

-de eerste adventsweek laat je engel los uit je fysieke lichaam. Hierdoor kun je je naakt voelen staan tussen de aardse omstandigheden, die ineens heel helder voor je geest komen te staan. Je deelt dit lichaam met de minerale wereld, oftewel het element aarde.

-de tweede adventsweek laat de engel los van je levenslichaam. Hier huizen je gewoontes, en die dien je dan ineens zelf bewust te worden en te dragen. Zo blijken in deze week ineens lang gemaakte afspraken niet door te gaan, en kom je de anders van zelfsprekende gang van zaken op een ongewone wijze, vaak onplezierige wijze, tegen. Je deelt dit levenslichaam met de planten. Het komt overeen met het element water in je, daar waar de levensprocessen zich in afspelen (wij bestaan voor 85% uit water).

-de derde adventsweek laat je engel los van je ziel, je astraallichaam, zodat je ineens je eigen gevoelens en zielsinhouden zelf in de ogen dient te zien. Het kan dan gebeuren dat je ineens heftige uiteenzettingen krijgt met anderen, vaak ook je meest nauwverwante mensen, vrienden of familieleden. Je deelt dit astraallichaam met de dieren. Dit komt overeen met het element lucht: de aardatmosfeer bestaat voor 80 % uit stikstof, het zielselement dat wij mee naar binnen nemen in de aminozuren, de bouwstenen van onze eiwitten.

-in de vierde adventsweek laat je engel ook los van je warmte-organisatie, waarin je eigen ik gegrond is. Dat ik-warmtelichaam deel je enkel met de op aarde levende mensen. Het vertegenwoordigt het element vuur in jou. In deze week valt meestal ook de winterzonnewende, welke door de Kelten en Germanen werd geëerd met de altijd-groene taxusboom – die onze cultuur heeft overgenomen als de dennenboom.

Overigens hebben de Kelten als enige volk ook de dood en opstanding van het Christus-wezen waargenomen, en herkenden zij de door dit wezen meegebrachte individuele ik-impuls, waardoor zij hun godsdienstige beoefeningen afstemden op deze gebeurtenissen. De aarde is namelijk geheel en al veranderd door de dood en opstanding van dit hoge kosmische wezen, dat in Jezus van Nazareth heeft geleefd en gewerkt. En de Kelten, de leermeesters van de Germanen, zagen ook hoe de elementwerelden en haar wezens, de natuurgeesten, hierdoor veranderden.

Hieronder schilder ik de gevolgen van deze gebeurtenissen voor de beleving van de veranderingen door het jaar heen.

Het religieuze jaar als kosmisch-aardse gebeurtenis[i]

Op Kerstavond wordt de geboorte van het kindje gevierd dat door de herders wordt vereerd, zoals dit wordt beschreven in het Lucas evangelie. Dit gebeurt in Bethlehem, dat ligt aan de voet van de berg Moria, een van de twee bergen waarop Jeruzalem is gebouwd. In deze berg had Melchizedek, de priester van de hoogste God zijn mysterieplaats, 2000 jaar v. Chr. Toen Abraham dit land had veroverd, bracht hij deze de drie sacramenten van het latere Heilige Avondmaal, te weten de kelk als beeld voor het geestzelf, het latere helderziende vermogen; hierin de wijn als later heldervoelende, inspiratieve vermogen door omvorming van het bloed, de zogeheten levensgeest; en het brood als latere geestmens, het intuïtieve vermogen door omvorming van het aards-fysieke lichaam en de aarde. De stal waarin de herders kwamen, was een grot, en wel de uitgang van die mysterieplaats Moria. En de plaats waar zo’n 6 jaar ervoor Herodes een paar honderd pasgeboren kinderen had vermoord. Dit was nadat de drie koningen uit het Oosten bij hem waren langs gegaan en het andere Jezuskind hadden aanbeden: zoals dit in het Mattheüs evangelie is beschreven. Dit kind is met zijn ouders gevlucht naar Egypte. De herder-Jezus was een afstammeling van Nathan de wijze, een priester en een van de zonen van koning David. Hierin werkte het ik van Gauthama Boeddha, en vormde diens ziel om tot eentje die zeer veel compassie kon dragen. De koningen-Jezus die in Jeruzalem werd geboren, stamde af van een andere zoon van David, de latere koning Salomon. Hierin werkte het ik van de grote Perzische ingewijde Zarathoestra of Nazaratos. Het lichaam van deze Jezus werd later bij terugkomst in Palestina ziek en stierf, waarna het ik van Zarathoestra intrad in het lichaam van de andere Jezus toen die twaalf was. Hierdoor kon hij zijn wijsheid, door de liefde heen die door Gauthama in de ziel was afgedrukt, in de tempel ventileren op die leeftijd. De oosters-orthodoxe Christenen vieren diens geboorte op 6 Januari, Epifanie ofwel Driekoningen, ondanks dat de werkelijke geboorte waarschijnlijk in September plaats heeft gevonden, ongeveer 6 jaren voor de geboorte van de herder-Jezus. Het is het einde van de dertien zogeheten heilige nachten. Ook wordt met Driekoningen gevierd dat het Christus-ik bij de doop in de Jordaan indaalde in Jezus van Nazareth, waardoor het op aarde Zijn werk kon doen. Zo’n doop was niet een besprenkelen met water, maar eerder net zo lang iemand onder houden tot hij bijna verdronk, waardoor het eigen ik erin kon incarneren. In dit geval het Christus-ik, waarna het Zarathoestra-ik uitweek.

Nu spiegelen deze kosmisch-aardse gebeurtenissen zich nog elk jaar gedurende de Kersttijd, aangezien wij sindsdien elk een individueel ik hebben gekregen. Met Kerstavond krijgt dit individuele ik impulsen die het kan gaan uitwerken het aankomende jaar. Nu wordt ons gehele wezen door het jaar heen gedragen door onze engel, die ook onze orgaanprocessen bestuurt omdat wij dat zelf nog niet kunnen. Om open te zijn voor die nieuwe ik-inslag, moet onze engel zich dus losmaken van onze lichamen. En dat gebeurt stap voor stap, door de vier aan de Kerst voorafgaande weken heen, de zogeheten Adventsweken. In de eerste Adventsweek laat onze engel los van ons fysieke lichaam: vandaar dat deze week in het teken van het element aarde en de mineralen staat. In deze week komen we dus fysiek op onszelf te staan, en dienen onze aardse omstandigheden zelf te dragen, ongeacht hoe die zijn op dat moment. We kunnen ons alleen voelen staan.

In de tweede Adventsweek laat onze engel los van ons levenslichaam, dat werkt door het element water. Dit delen we met de planten, vandaar dat deze week in het teken van het plantenrijk staat. In ons levenslichaam werken onze gewoonten. Die worden ook beheerd door de engel, en wanneer diens steun wegvalt, blijken er ineens afspraken op niet navolgbare wijze niet meer door te gaan. We dienen onze gewoontepatronen aan te zien en zo nodig iets aan te veranderen.

In de derde Adventsweek laat de engel los van onze ziel, dat werkt door het element lucht. Dit delen we met de dieren, vandaar dat deze week in het teken van het dierenrijk staat. Nu kunnen we ineens tegen onze medemensen opvliegen, en tonen we elkaar onverbloemd de dubbelganger. Een goede mogelijkheid dus om ons deze eens nader te realiseren en aan te zien.

In de vierde Adventsweek, naar Kerstavond toe, laat de engel los van ons ik, dat leeft in het element vuur, de warmte. Waardoor we geheel en al op onszelf komen te staan. Waarschijnlijk is dit de reden waarom Kerst zo’n, vaak geforceerd, familiegebeuren is. We denken de ander nodig te hebben. Het is echter een mogelijkheid om ons geheel op eigen kracht meditatief af te stemmen op wat de ik-impuls met Kerst ons kan brengen.

Overigens wordt de nieuwe ik-geboorte met Kerstavond al een langere tijd in het jaar voorbereid. Met Michaëli op 29 September, het feest van Michaël die de draak verslaat, kunnen we in de viering de moed ontwikkelen die we nodig hebben om weer naar de herfst toe ons uiteen te zetten met de duisternis die gaat overheersen. De drakerige zwavelkrachten van de zomer die ons dromerig kunnen maken, worden verdreven door het kosmische ijzer dat door de meteoorzwermen dan onze atmosfeer doordrenkt. Met Sint Maarten op 11 November lopen we met lantaarntjes de donkere avond in en geven elkaar dat wat we kunnen missen (en niet meer; de Romeinse soldaat Martinus gaf de helft van zijn mantel aan een arme bedelaar, de andere helft had hij zelf nodig). De mantel en de lichtjes bieden bescherming tegen het dodenrijk, dat dan heel dichtbij komt. Met Sinterklaas tonen we met surprises en gedichten elkaar een stuk van de dubbelganger, gekleed in humor, en geven we elkaar (het ik) een cadeautje dat we nodig hebben om verder aan onszelf te kunnen werken. Dit is overigens een vervorming van de Germaanse god Donar of Thor, de brenger van het ik, die met zijn bokkenwagen door de wolken reed en met zijn hamer het ik-vuur als de bliksem uit die wolken sloeg. De zwarte Piet die hij bij zich had (mag helaas niet meer), verbeeldde de nog duistere dubbelgangerzijde van ons wezen.

De twaalf dagen en dertien heilige nachten van Kerstavond tot Driekoningen zijn de tijd dat de zon min of meer stil staat aan de dierenriem, en de dagen en nachten nauwelijks in lengte veranderen. Het jaar houdt zijn adem in en de geestelijke wereld is het dichtste bij van het jaar. Daarom kun je hier goed mediteren op de impulsen die jouw ik heeft gekregen. Elke dag vertegenwoordigt een maand in het komende jaar, en wanneer je je erop afstemt, kunnen je dromen je beelden geven over wat je het komende jaar door de maanden heen gaat doen met je ik-impuls. In deze tijd stil staan, kan je de kracht geven om op juiste wijze geleid, het jaar door te gaan.[ii]

Op Driekoningen keert je engel weer terug, en kan je je eigen dubbelganger voorhouden, waaraan je dan kunt werken. Hij doet dit samen met je hogere ik, waarvan je een afbeeld met je meeneemt (het overgrote deel blijft achter in de kern van de aarde en op de zon, zodat het niet door tegenmachten misbruikt kan worden). En hiermee vangt het jaar pas eigenlijk aan.

Hierop volgt tot Maria Lichtmis, 2 Februari, de tijd van Vrouw Holle, ofwel Moeder Aarde, in wiens lichaam je je kiemen voor het komende jaar uitbroedt. Het geeft een periode aan waarin je innerlijk werk kunt doen aan je eigen ziel. Na Maria Lichtmis begint carnaval, de omkeringsrite waarop iedereen een andere rol inneemt, zodat hij of zij de rest van het jaar weer in het gareel kan lopen (aldus de Middeleeuwse ordening). En dit eindigt op Aswoensdag, waarna er 40 dagen gevast kan worden tot aan Pasen. Of je nu katholiek bent of niet, het reinigen voor Pasen is goed om de afvalstoffen van de winter kwijt te raken en je innerlijk op het Paasgebeuren voor te bereiden.

Pasen valt op de eerste zondag na volle maan in de lente, en heeft dus een flexibele datum. Het is de christelijke invulling van het lentefeest, dat in veel culturen wordt gevierd. Pasen wordt vooraf gegaan door de stille of lijdensweek. Hiervan wordt doorgaans alleen de Goede Vrijdag gememoreerd, maar de gehele week is erg belangrijk in het religieuze jaar, aangezien hierin de oude mysteriën stap voor stap worden omgevormd naar de nieuwe, en het Oude Testament van de Bijbel wordt afgelost door het Nieuwe.

Op Paaszondag wordt de opstanding en overwinning van de dood gevierd. Het nog tere nieuwe fysieke lichaam van Christus, genaamd het fantoomlichaam, bevatte alle sterrenbeeld-idealen waarmee een mens zich kan omvormen. Tot Pinksteren, weer 40 dagen, diende dit lichaam nog verder te verdichten en aan te sterken. En hiermee is het Paasgebeuren in grote lijnen geschilderd als een openbaring en omvorming van alle oude mysteriën. Voor ons persoonlijk geeft het de tijd aan waarop de nieuwe impulsen van ons ik die we op Kerstavond hebben ontvangen, nu naar buiten mogen komen en dat we die in de wereld kunnen uitwerken. Vaak voel je tijdens de lijdensweek verdriet en verdrukking, soms ook angst. En met Pasen opluchting. Dat komt doordat de elementwezens ook de lijdensweek meebeleven, en ieder jaar de angst hebben dat hun heer niet meer opstaat. Wanneer Hij dit dan toch uiteindelijk weer doet, zijn zij blij en kun je dit innerlijk mee beleven als de vrolijkheid met Pasen waarin alle donkere wolken lijken te zijn verdwenen. Je kunt dan samen met hen de overwinning van het licht vieren.

Op de donderdag voor Pinksteren is het Hemelvaartsdag. Gevierd wordt de dag waarop Christus via de wolken in de hemel werd opgenomen. Zijn discipelen vroegen of ze mee konden met Hem, maar Hij zei dat dit nog niet kon, maar dat Hij aan iedereen een plaats in de hemelen zou bereiden. Nu is Hij onze kosmos binnen­gekomen als een Cherubijn, en deze engelen drukken zich onder andere uit in de wolken. Niet vreemd dus dat Hij in de wolken is opgenomen. En vanuit een wolk ben ik zelf door Hem ingewijd. Op deze dag en ook de dagen er omheen kun je de Christus in de levens­werelden makkelijk beleven door de wolken heen. Je kunt ook je eigen nieuwe ik-impulsen dan verbinden met de geestelijke werelden.

Met Pinksteren, 40 dagen na de opstanding met Pasen, wordt gevierd dat de Heilige Geest zich over de aanwezigen uitstortte. Hij had namelijk gezegd dat zijn discipelen niet mee konden komen met Hem, maar dat Hij hen de Trooster zou sturen, de Heilige Geest. Typisch is dat vooral Maria Magdalena, Zijn gemalin, het inzicht had wat die uitstorting betekende. Zij is een engel van Moeder Aarde, onze Isis Sofia ofwel de Heilige Geest. Met Pinksteren zijn de sluiers met de geestelijke wereld erg dun, en kun je hier makkelijk toegang toe vinden.

Na de zomerzonnewende op 24 Juni, met de aanvang van de zomer, wordt Sint Jan gevierd. Degene waarvan Jezus zei dat er niemand groter was dan hij, Johannes de Doper die voorheen de profeet Elia was geweest, oftewel er geen engel in een mens leefde met een hoger ontwikkeld bewustzijn. Maar dat juist deze engel door het mensen-ik op te nemen, weer opnieuw diende te groeien en zo een nog grotere engel kon worden. Met deze dag vier je de hoop op de ontwikkeling tot een hoger engelwezen. Alle kiemen die je met Kerst hebt ontvan­gen, mogen nu voluit aan het licht treden en zich in de wereld uiten. De hoop wordt gevierd met de Sint Jansvuren.

En na de aanvang van de herfst dien je op Michaëlsdag dan, nadat je je hebt vergaapt aan de zomer, weer de moed te ontwikkelen om de duisternis van de winter aan te kunnen gaan en het boze te overwinnen. En naar de kerst toe krijg je genoemde cadeautjes mee met Sint Maarten en Sint Nicolaas, zodat je op kerstavond de nieuwe ik-inslag goed beschermd kunt ontvangen.

En wil je gedurende de gehele advents- en kersttijd oefenen, kun je bij mij het kerst-scholingstraject volgen, op tweeërlei wijzen:

-de meditatieve weg

-de inspiratief-intuïtieve weg.

                        Heb een innige kersttijd,

Nicolaas.

[i] Uit ‘Zelfrealisatie’, Rune-boek  2016.

[ii] Zie mijn boekje met de advents- en kerstspreuken.

05 aug

Inleiding in de vernieuwde antroposofie

Al vele jaren is er een verloop van antroposofisch geschoolde medewerkers in antroposofische instellingen, zoals in de gehandi­capten­zorg, op scholen, opleidingsinstituten, in werkgemeenschap­pen, en dat er instroom komt van werknemers die weinig tot geen affiniteit hebben met de antroposofie. Ook medewerkers die er wel in zijn geïnteresseerd, krijgen niet vaak adequate begeleiding hierin aangeboden, of cursussen waarin het ze duidelijk wordt gemaakt waarom de dingen gaan zoals ze gaan. Ook wanneer een antroposofische instelling fuseert, dient de eigenheid te worden benadrukt, zodat het geen antroposofisch ‘sausje’ wordt. maar zich als instelling ook werkelijk onderscheidt van meer reguliere instellingen. Wat lang niet altijd goed gaat.

Daarom leek het me zinvol om eens na te gaan wat eraan schort, en hoe je dat dan wel praktisch kunt invullen. Vandaar de navolgende opzet. En naast de bespreking mijnerzijds gaat het ook om een stukje invulling hierbij.

Wat is antroposofie

Volgens de grondlegger ervan, Rudolf Steiner, zou je elke dag een andere naam kunnen verzinnen. Maar het is gewoonweg de antroposofie gebleven. Letterlijk betekent dat ‘liefde voor de wijsheid omtrent de mens’. Volgens hem is het bij de stichting ervan, begin vorige eeuw, een nieuwe ingang tot de hogere werelden dan de louter fysieke, die zich echter alle in de fysieke wereld van de verschijnselen uitdrukken, ook in ons. Ons denken is nu zo ver ontwikkeld, dat we naast abstracte gedachten, ook voorstellingen kunnen produceren en daarmee onze wetenschap verruimen tot een geestwetenschap, die de hogere werelden bij de waarnemingen betrekt. Antroposofie is dus een vorm van wetenschap, en wel de geestwetenschap, die het intellectuele verstand wil richten op de werkingen van de geest, en zo tot beeldend denken kan worden.

Van hieruit ontstaat een beeld van de mens en de aarde dat uitgebreider is dan de overwegend natuurwetenschappelijke visie, die elk verschijnsel in en vanuit de fysieke werkelijkheid neigt te verklaren. Je krijgt een breder voorstellings- en begrippenkader wanneer je de wetenschap verruimt met de inzichten van de geest, en daarnaast van de werkingen van het leven en van de ziel. Daarmee heb je gelijk de drie hogere werkelijkheden, die zich in het fysieke bestaan afspiegelen: Het leven kun je herkennen bij het verschil tussen een slapend en een overleden persoon. De ziel kun je herkennen aan de gevoelens die je waar kunt nemen, en die je waarnemingen kleuren. En de geest heeft met zinvolheid en lichtkracht te maken.

Hiermee kom je ook aan een stuk ontwikkelingsmogelijkheid, want de antroposofie erkent op grond van geestelijke waarnemingen dat de ziel en de geest zich kunnen ontwikkelen. En dat doen ze niet alleen in één leven, maar in opeenvolgende levens op aarde door telkens verder te werken aan dat wat je je hebt voorgenomen om te ontwikkelen, en aan je onvolkomenheden om dat te bereiken. Je komt hier dus op het gebied van karma en reïncarnatie, wat de antroposofie deelt met verschillende andere religieuze en esoterische richtingen. Hierbij is wel eigen is dat ieder mens zijn eigen geest als ondeelbaar, in-dividueel ervaart vanaf zijn derde levensjaar, waartegen hij vanaf die leeftijd ‘ik’ zegt. En daarmee is het ook een vorm van esoterisch Christendom, want dat gaat uit van Christus die aan ieder mens afzonderlijk de geestkiem, het ‘ik ben’ heeft gebracht.

Dit zijn de pijlers van de antroposofie, maar daarmee is natuurlijk lang niet alles gezegd.

De antroposofie, ontstaan vanuit historisch perspectief

In de tijd van haar ontstaan waren er meerdere geestelijke stromen aan het ontwikkelen en actief in Europa, want de instroom van oosterse kennis vanuit onder andere Boeddhistische en de Hindoe tradities was toen zojuist op gang gekomen. Daarnaast was de poort naar de geestelijke werelden weer opengegaan, na een lange tijd van afgeslotenheid ervan – wat de Hindoe traditie het ‘Kali Yuga’ oftewel ‘duistere tijdperk’ noemt. Rudolf Steiner was aanvankelijk secretaris van de Theosofische Vereniging, welke zich grondde op die oosterse kennis. Maar na het aannemen van een aantal andere kopstukken hiervan dat Krishnamurti de verwachte wereldleraar zou zijn, scheidde hij zich hiervan af en stichtte met een aantal medestanders de Antroposofische Vereniging.

Maar de wortels ervan gaan nog veel verder terug. Er is een lange traditie in Europa van esoterische bewegingen. Die liep via het Keltendom (die als eerste volk de verbinding van Christus met de aarde hadden waargenomen), de Manicheeërs (de latere Katharen), de Tempeliers en Rozenkruisers. En ook binnen de kloosters is veel innerlijk werk verricht, wat allemaal voorwerk was voor deze nieuwe beweging, die zich vooral richtte op onze eigen esoterische tradities, en de inzichten en uitwerkingen aanpaste aan de toenmalige tijd.

Een aantal mensen uit de Theosofische beweging ging met Steiner mee. Maar onderling ontstond er veel strijd, aangezien vele van deze mensen en de stromingen die zij vertegenwoordigden, elkaar in vorige levens vaak op leven en dood hadden bestreden. Om hieraan het hoofd te bieden, richtte Rudolf Steiner rond Kerst 1923 de Antroposofische Vereniging opnieuw op door deze internationaal te maken en te grondvesten op de landsverenigingen. Hiertoe nodigde hij de vertegenwoordigers uit van alle geestelijke stromingen over de gehele wereld die op dat moment serieus innerlijk werk verrichten: dat waren tegen de 1000 mensen. En met hen stichtte hij de Nieuwe Mysteriën, waarbij iedereen door de antroposofische geestweten­schap zich kon laten leiden en innerlijk verrijken. Dit betekent dus, dat het geen besloten club diende te worden, maar dat elke religie en geestelijke traditie hierin mee kon doen.

Nu is na Steiner’s dood weer veel strijd opgelaaid, en is een deel van de leden en de door hen vertegenwoordigde geestelijke stromen uitgezet. Het deel dat verder ging, heeft de antroposofie op hun wijze naar beste kunnen ingevuld, maar nam niet opnieuw elke richting mee. En dat gaf op zijn zachtst gezegd wat verstarring, en ook wel dogmatisering – een reden waarom vaak antroposofen weerzin op kunnen wekken bij andere mensen. Gelukkig is daar de laatste jaren een keerpunt in gekomen.

Ook is er sinds de stichting veel gebeurd met ons menselijk bewustzijn, We zijn door twee wereldoorlogen heen gegaan, en ons bewustzijn is sterk gegroeid. Ook voor de hogere werelden van het leven, de ziel en de geest. Ons bewustzijn is stap voor stap voor en door het hart toegankelijk geworden. Steeds meer kinderen worden er geboren die al enigermate helderziend zijn, of helderhorend, of die sterke intuïties krijgen. We zijn als mensheid aan het doorgroeien.

Daarom ook dien je de antroposofie nu anders aan te pakken dan in de beginjaren. Toen werd er veel nagelezen over de geestelijke waarnemingen van Rudolf Steiner en enige van zijn medewerkers. Ne hebben steeds meer mensen de behoefte om dingen zelf te ervaren, en ook een weg te vinden met hun eigen al aanwezige innerlijke ervaringen. En die hangen niet alleen samen met het helderziende waarnemen van omstandigheden of gevoelens, maar gaan vaak meer in de richting van door het gevoel heen, verbonden aan het hart: innerlijk horen, en ook van intuïtief weten hoe de dingen in elkaar steken, maar daar nog geen weg mee weten.

Het gaat heden dus om methoden van zelfkennis door beleving, van je eigen binnenwereld en ook van de hogere werelden van het leven, de ziel en de geest in en om je heen. Het gaat om praktische handvatten om mee te kunnen werken, niet om louter theoretische uiteenzettingen – hoe verhelderend die ook vaak kunnen zijn. En je komt hier op het gebied van het ontwikkelen van de geestelijke vaardigheden van inspiratie, dat wil zeggen helder horen, voelen, en ook kunnen sturen van processen vanuit je hart; en op het gebied van de intuïtie, dat betekent inzicht krijgen in wat er leeft in je eigen wil en die van anderen en situaties. En dat vergt veel oefenen van waarnemen en vertrouwen op je waarnemingen, die veelal komen vanuit de onderbuik en door het gevoel heen. En al deze innerlijke waarnemingen, vanuit en door je eigen duisternis van het onderbewustzijn heen, dien je weer naar het heldere licht van het bewustzijn te brengen, echter achteraf. Dit is dus een weg van aftasten, proberen, en dan overdenken en wegen herkennen, in jezelf en in de processen om je heen.

Kortom: je dient de weg van de duisternis (voor de huidige op de buitenwereld gerichte zintuigen) te gaan bewandelen, door je gevoel heen, en hierin praktische handvatten te ontwikkelen op grond waarvan je zelf verder kunt komen. Je dient je eigen onhelderheden van je dubbelganger aan te zien, je eigen kleinheid. En daarmee ontwikkel je hogere zielszintuigen, die zijn gelegen op je chakra’s. Dit is dus een richting die je met de antroposofie in de huidige tijd dient te bewandelen. En zo vernieuw je haar en past haar aan bij het huidige bewustzijn, dat al een eeuw verder is in haar ontwikkeling dan bij de stichting van de antroposofie.

 

Als invulling van die nieuwe wegen vanuit de inzichten en ervaringen kun je denken aan de volgende onderdelen:

Je dient een schildering te geven van de kosmisch-aardse ontwikke­ling en de samenhang met de vier elementen en onze vier lichamen

De antroposofie gaat er namelijk vanuit dat onze huidige vaste toestand van de aarde is ontwikkeld uit een stap voor stap verdichting van de oorspronkelijke oer-warmte (het element vuur), via de lucht en het licht (element lucht) en het water en de klank (het element water). Op deze voormalige toestanden van de aarde werden respec­tie­velijk ons fysieke lichaam aangelegd, in de warmte (deze toestand heet de Oude Saturnus), ons levenslichaam, toen in de lucht, nu in het water (genoemd de Oude Zon), en daarna ons astrale ofwel zielslichaam, toen in het water (genoemd de Oude Maan). Na onze vaste aarde komen er nog drie toestanden van de aarde, die meer en meer zullen verfijnen en minder dicht worden, waarop we onze hogere geestkwaliteiten imaginatie, inspiratie en intuïtie zullen kunnen uitwerken.

Deze zienswijze geeft een dieper en breder perspectief aan de zin van ons bestaan dan dat de huidige natuurwetenschap ons voorspiegelt, aangezien die alles alleen in en vanuit het fysiek waarneembare neigt te verklaren, zonder een ontwikkelingsperspectief van materie en chemische elementen.

-de herkenning van de vier lichamen: geest, ziel, levens- en fysiek lichaam

Je kunt uit deze kosmisch-aardse ontwikkeling ook begrijpen hoe onze vier lichamen geest, ziel, levens- en fysiek lichaam samenhangen met de gehele ontwikkeling, en ook hoe wij daarmee omvormend aan onszelf en aan de aarde kunnen werken. Dat geeft heldere handvatten voor verdere ontwikkeling. Met name het weten over het levenslichaam is iets wat de antroposofie helder en eigenlijk uniek heeft uitgewerkt.

-de vier temperamenten die hiermee samenhangen

Vanuit de vier lichamen en hun weerslag in het levenslichaam van de mens, kun je ook begrip krijgen voor de vier temperamenten, die basaal je verbinding met de wereld bepalen. Nu hebben de meeste mensen een mengvorm van verschillende temperamenten, maar je kunt jezelf en anderen door deze kennis toe te passen, wel beter begrijpen.

-de zielsstructuren en hun samenhang met de ontwikkeling van cultuurperiodes

We hebben drie verschillende typen van ziel:

eentje waarmee we gewaarwordingen en gevoelens kunnen hebben;

eentje waarmee we kunnen denken;

en eentje waarmee we bewust kunnen worden aan en door ons fysieke lichaam en aan de fysieke wereld der verschijnselen.

Elk van deze zielsstructuren hangt samen met een specifieke cultuurperiode. De huidige, begonnen met de Renaissance, is die van de bewustzijnsziel. We zijn daarom heel anders qua bewustzijn dan de Middeleeuwer.

-de chemische elementen als een weerslag van dit ontwikkelings­proces in ons: de eiwitten die de sfinx in ons vormen

Heel belangrijk is het om te weten dat ons fysieke lichaam en de gehele fysieke werkelijkheid een weerslag is van hoge geestelijke werelden. Zo zijn de chemische elementen de dragers van onze verschillende lichamen, en hun objectivaties in de fysieke werkelijkheid om ons heen. Zij zijn verdichtingen van de gebieden van de dierenriem, waarachter de hoge engelwezens schuil gaan die wij de Cherubijnen ofwel Harmoniegeesten noemen.

Onze eiwitten zijn opgebouwd uit de volgende vier basale elementen:

*Koolstof – drager van ons fysieke lichaam (vanuit de Schorpioen)

*Zuurstof – drager van het leven (vanuit de Waterman)

*Stikstof – drager van de ziel (vanuit de Stier)

*Waterstof – drager van de geest (vanuit de Leeuw)

Deze 4 elementen in het eiwit vormen de sfinx in ons; de herinnering aan een oude ontwikkelingsfase die nu in ons fysiek is geworden. En hieraan verbonden vind je de andere belangrijke chemische elementen. Deze chemische elementen zijn afkomstig van andere gebieden van de dierenriem; zij zijn de helpers van de vorige vier.

-de 12 zintuigen alle leren kennen en ervaren

Naast de vijf op de buitenwereld gerichte zintuigen kijk, geur, smaak, tasten en horen zijn er nog zeven meer verborgen zintuigen: levenszin bewegingszin, warmtezin, evenwichtszin, denkzin en woordzin. Deze te leren kennen kan veel over jezelf zeggen, en helpt je de waarnemingen beter te differentiëren.

-de 7 à 8 zielezintuigen en hun ontwikkelings­mogelijkheden

Wanneer we onze ziel en geest ontwikkelen, openen we de hogere zielszintuigen die zijn verbonden aan onze chakra’s ofwel lotusbloemen. Deze liggen in tussen ons astraal/zielslichaam – waarin we bewustzijn hebben – en ons levenslichaam – dat bestaat uit vormen en gebaren, die zich in de tijd kunnen ontwikkelen. Elk van deze bloemen heeft een specifiek aantal bladen. Door moreel te leren werken vanuit onze idealen en principes, maak je bewuste gebaren, geheten ‘deugden’, en hiermee open je de verschillende bladen van deze hogere zintuigen, waardoor je waarnemingen kunt krijgen uit de hogere werelden; die van het leven, de ziel en de geest.

 

-de zielstypen van de mens ervaren vanuit de eigen orgaan-stemmingen i.s.m. de planeetwerkingen in ons

We nemen bij onze geboorte de krachten en kwaliteiten van de planeetsferen om de aarde met ons mee, en vormen er onze organen mee. We zijn dus in die zin letterlijk de microkosmos als afspiegeling van het grotere geheel. Deze planeet/orgaankrachten bepalen sterk je stemmingen en ook je wijze van handelen. Leer je die kennen, dan kun je anderen beter begrijpen, want ieder heeft een of twee van die planeetwerkingen prominent in zijn constitutie aanwezig.

Je kunt deze typen heel goed in ritmen en toonaarden van de planeten beleven.

-de wezens achter de elementen leren kennen en met hen samenwerken

De verschijnselen in de wereld worden veroorzaakt en in stand gehouden door onzichtbare wezens die werken in en door een van de vier elementen. zij zijn de gedachten van nog hogere wezens, de groepen van engelen, die scheppend zijn in hun denken, en wanneer zij denken, schappen zij wezens die hun gedachten dan uitvoeren. Dat zijn de wezens in de elementen. Wij kennen ze uit sprookjes. Maar zij onderhouden de wereld, en ook ons lichaam. Hen leren kennen en met hen leren samenwerken is essentieel voor onze verdere ontwikkeling, want we dienen het samen met hen te doen. Zo was dat in een oude tijd, toen ij mee hielpen te bouwen aan onze lichamen. Zij hebben zich echter van ons bewustzijn teruggetrokken – oftewel ons bewustzijn voor hen werd gesloten. Nu gaat ons bewustzijn weer wel open en wachten zij op onze leiding.

In elk beroep kun je met hen leren samen te werken; dat doen zij heel graag.

-de engelen van de aarde en van de hemel leren kennen in hun werkingen

Dit zijn twee onderscheiden groepen in hun werkingen. Zij komen overeen   in  bewustzijn,  maar  niet  in hun  werkingen.  Hen  te  leren kennen is essentieel voor het verdere verloop en beheer van de aarde.

De eerste groep zijn allen hulpen van Moeder Aarde. Je vindt hen in processen van gezondheid en ziekte, bij energetische stromen, en bij de planten als de leidende engelen, de zogeheten plantendeva’s. Erg belangrijk om met hen te leren samenwerken wanneer je met kruiden werkt. Daarnaast de storm-engelen, de stroom-alven, riviergoden, en de winden-engelen. En heel belangrijk: de landschapsengelen. Zij beheren energetische landschappen en leiden de elementwezens.

De hemelse engelen zijn onder te verdelen in negen bewustzijns­groepen, waarvan elk een aangrijpingspunt heeft in een van de planeet- en sterrensferen.

Deze engelgroepen leren kennen helpt je processen en omstandig­heden te doorzien en erop in te spelen. Je komt hun werkingen tegen in elke geleding van de samenleving en maatschappij, dus ook binnen je werk.

-de gevallen engelen in verband met de onderaardse sferen en hun uitwerkingen in ons en in de cultuur

Bij elke ontwikkelingsstap van de verschillende engelgroepen, waar­door zij zelf verder in hun ontwikkeling kwamen, bleef een deel van hun broeders achter en ging tegenwerken. Dit omdat zij zich niet vrij voelden, en juist dit wel wilden bereiken. Zij zijn de wezens die we kennen in elke tegenwerking binnen onszelf en in de maatschappij en samenleving. Maar zonder hen zouden we ons niet ontwikkelen.

Voor elk van deze groepen van tegen-engelen zijn er sferen onder de aarde gemaakt, waarin zij aangrijpen. Zo zijn er dus ook negen tegen-sferen in de aarde.

-de dubbelganger in zijn aspecten leren kennen in jezelf en in anderen, en hiermee leren omgaan

Onze dubbelganger draagt die set van krachten en kwaliteiten waarvan we ons nog niet bewust zijn. Dat uit zich dan in onze gedra­gingen, en anderen kunnen zich hieraan stoten en ergeren. Het zijn je nog niet bewust geworden delen in je ziel. Door de reacties van anderen op jouw gedrag kun je die delen van de dubbelganger bewust worden en eraan gaan werken. Dat vraagt dus de moed om dit aan te durven zien in plaats van de ander overal de schuld van te geven.

Ga je in je leven al of niet bewust een inwijding in de onbewuste lagen van je ziel, dus door je orgaanprocessen heen, dan kan zich je dubbelganger onverbloemd aan je tonen. Je dient je dan verder bewust met hem uiteen te zetten, anders loop je in de valkuilen binnen jezelf. Deze leren kennen, ook in werksituaties, is een essentieel onderdeel van ons mens-zijn binnen onze samenwerkingsverbanden.

-de religieuze jaarfeesten als gymnastiek van de geest, het ik

Door de jaarfeesten te beleven, die samenhangen met de doorgang van de zon door de dierenriem gedurende een jaar en daarmee samenhangt de seizoenen, verbind je jouzelf met de werkingen vanuit de dierenriem, die je eigen geestkiem, je ik voeden en sturen. zo kun je jezelf als een geest beleven tussen de vele anderen. En kun je groeien, door de weerstanden heen.

-de werkingen van de sterren en de sterrenbeelden in ons en in de aarde leren kennen

De sterren en sterrenbeelden vormen de oervormen voor ons lichaam, en voor alles om ons heen. Daarnaast zijn ze de uitgangspunten voor onze ontwikkeling, want we nemen ze mee van voor onze geboorte als onze idealen. Deze leren kennen, helpt je sterk in je ontwikkeling, en kan ook de omstandigheden waarin je verkeert, verhelderen.

Er zijn daarnaast 4 verschillende wegen aan de sterrenhemel te ontdekken, die elk met de ontwikkeling van een van onze lichamen samenhangt. Wil je je dus door je leven en werk verder verdiepen in het geestelijke en/of zoek je een inwijding, dan is kennis omtrent de sterrenhemel onontbeerlijk. Het zal je een diepere zin aan je leven geven.

 

Al deze onderdelen en de toepassing van deze kennis en ervaringen in je eigen vakgebied (zoals in de pedagogie, heilpeda­gogie, eurythmie, kunstzinnige therapie, maar ook in elk ander denkbaar deelgebied) kan je sterk helpen verdiepen in het werk dat je uitvoert. Het geeft tevens een diepere zin, want je kunt je ermee en erdoor innerlijk ontwikkelen. Wat een van de hoofdoelen is waarom we op aarde rondlopen.. Je kunt je deze onderdelen met specifieke oefeningen en waarnemingen eigenmaken. Het gaat hierbij vooral om de eigen ervaringen. Binnen de Jaspis School zijn hier heel praktische en handzame methoden en werktuigen voor ontwikkeld, die vooral het kunstzinnige en speelse in je wakker maakt.

 

Deze blog is verschenen in tijdschrift Sterrenwijs nummer 13.

10 mrt

De Geschiedenis van het Westerse Esoterische Christendom

Rond het jaar 30 gebeurde er de belangrijkste daad voor de aarde en mensheid: Christus, een boven-kosmisch wezen, verbond zich met Jezus van Nazareth, welke zo via een ingewikkeld proces werd tot Jezus Christus (oftewel de drager van Christus). Deze bracht het Ik Ben, oftewel het individuele ik, de geest voor ieder mens. Ervoor waren we namelijk meer groepswezens, verbonden aan familie, clan, stam en volk. Sindsdien kunnen we ieder voor zich een individuele ontwikkeling gaan, en worden waartoe we voorbestemd zijn, namelijk een engel of nog hoger door het fysieke bestaan heen.

Jezus werd gedragen vanuit de gemeenschap van Essenen, dat was een esoterische orde die voort was gekomen uit het Boeddhisme: zijn oprichter Jeshu ben Pandira was de opvolger van Gautama Boeddha, en zal de volgende Boeddha, Maytreya worden. Daar heb je al de eerste esoterische orde die met het Christendom verbonden is. Na de verwoesting van Jeruzalem in 69 na Chr. ging deze orde ondergronds.

Voor de ontwikkeling van het Christendom en diens opgave om het ik-bewustzijn te dragen en hoeden, hebben zich drie toenmalige grote volkszielen geofferd. Als eerste de grote Griekse volksziel: die liet zijn volk los en draagt de uiterlijke kerk. De Romeinse volksziel zorgde met de burgerrechten dat het tere mensen-ik beschermd bleef binnen zijn grenzen.  En de Keltische volksziel liet zijn volk grotendeel los, en offerde zich voor het voortbestaan en ontwikkelen van het esoterische Christendom. In Ierland hadden de priesters al de verandering van de aarde waargenomen toen jezus stierf en Christus door de onderwereld ging waarna Hij opstond. Zij ontwikkelden hun eigen vorm van Christendom, tot grote verbazing van Saint Patrick die vanuit de paus in Rome was gestuurd om hen te kerstenen. In Avalon vind je later nog een uitbreiding en verdieping van deze vorm van Christendom: de priesteressen hier werkten samen met de hogere natuurwezens, van wie er meerdere ook als priesters waren geïncarneerd. Dit en andere geheime genoot­schappen vormde een mooie basis voor het esoterisch Christendom.

Verder zijn lange tijd de Kelten, die verspreid leefden door heel Europa, zelfs tot in Turkije, de opvoeders geweest voor de toen nog zeer jonge Germanen. De opdracht van de Germanen was het om als eerste menselijke ras wakker voor de geest te worden in het fysieke lichaam (de voorgaande culturen waren nog niet zo diep geïncarneerd geweest). Daartoe dienden ze eerst hun wildheid te temmen, waarbij de Kelten vaak hielpen, en werden ze eerst in de vervoering van het gedicht (skaldenlied) en in de strijd ineens van hun ik bewust. Vandaar de grote moed bij de Germanen. Later is dit bij de Vikingen wat decadent geworden als ze ‘berserk’ gingen.

Belangrijk voor de ontwikkeling van het Christendom in verband met de hogere ontwikkeling die een mens kan gaan, is een bijeenkomst die Mani in de 4eeeuw bijeenriep, met Zarathoestra, dat was degene die Jezus van Nazareth was geweest en sindsdien rondging als meester Jezus; iemand door wie Gauthama Boeddha heen werkte, en de voormalig Atlantische ingewijde Skythianos, ook een voormalige leerling van Christus. Zij namen de taak op zich om de Graal naar het westen te brengen. De Graal bestaat uit drie onder­delen, die elk met een van de hogere geestkrachten van de mens samenhangt: De Graalskelk (van het Heilig Avondmaal) hangt samen met het beeldbewustzijn wanneer je je denken tot schaal omvormt; de wijn van het Heilig Avondmaal is het getransformeerde bloed van Christus, en staat voor ons toekomstige inspiratieve vermogen; en het brood van het Heilig Avondmaal staat voor het omgevormde lichaam van Christus, ofwel ons toekomstige intuïtieve vermogen.

Mani stichtte het manicheïsme, een mystieke godsdienst die onder ander een streng ascetisme nastreefde. Het heeft tot in de verre Middeleeuwen invloed gehad op onder andere de Katharen (waarvan ons woord ‘ketter’ afstamt).

Skythianos reïncarneerde in de 5eeeuw als Siegfried, die door Brunhilde te wekken ritueel het hogere ik van de mens deed ontwaken (Brunhilde was een schikgodin). Door de hierop volgende gebeurtenissen werd Siegfried vermoord, en dit veroorzaakte indirect de grote volksverhuizingen waardoor de Germaanse stammen zich over Europa verdeelden en de volksleiders werden die we grotendeels nu nog kennen. De adel ontstond mede hierdoor.

Door de kerkvaders werd binnen de kloosters veel innerlijk voorbereidend werk in de ziel gedaan, zodat deze werd voorbereid met morele oefeningen en gebed om de geest ook te kunnen dragen. Het overschrijven met de hand van meerdere oude boeken en manuscripten droeg erg bij aan de uitbreiding van theologische en ook esoterische kennis. De monnikenweg was een echte inwijdingsweg.

Het Keltische Christendom vond zijn bloei in de 8eeeuw met koning Arthur en zijn tafelronde. Zij hadden een nauwe samenwerking met Avalon en daarmee de Keltische mysterie-inhouden. Hier verscheen ook de jonge dwaas Parcival, die op weg gaat om de Graal te vinden. Na meerdere mislukkingen en omwegen bereikt hij de Graals­burcht en verlost er de gevallen koning, waarop hij zelf tot Graal­­koning wordt. Parcival is een reïncarnatie van Mani die vanuit onwetendheid leert om medelijden te ontwikkelen, waardoor hij de Graal voor zich verovert. Daarmee is hij de drager van de nieuwe cultuurimpuls, die eerst met de Renaissance aanvangt: het Vissen-tijdperk, dat met het ontwikkelen van medeleven, compassie, samenhangt., en waardoor we de verstrikkingen van het lot kunnen omkeren naar groei en bevrijding.

Als verdere voorbereiding hierop reïncarneerde eerst Skythianos als de achterkleinzoon van Parcival, Lohengrin, die de Graal naar buiten diende te brengen door met zijn zwanenridders de Hanze-impuls te brengen. De Middeleeuwse mensen waren namelijk nog steeds heel open voor de kosmos: ze woonden in kleine houten huizen met rieten daken, verspreid in kleine dorpen over het land. En ze werden overheerst door steeds machtiger wordende edelen. Door de Hanzesteden konden mensen binnen de stadsmuren en huizen vrijheid veroveren met hun handwerken, hun gildes, en ze konden hun binnenwereld verzorgen. De handel zorgde voor een eigen economie, zodat ze zich nog verder los konden maken van de dwingende adel. Daarnaast dienden de zwanenridders zich wel voort te planten maar niet hun naam te noemen en aan de kinderen te verbinden, zodat zij als adellijk geslacht zouden uitsterven. Dit laatste is helaas niet gelukt, zodat tot aan de eerste wereldoorlog de adel nog steeds de dienst is blijven uitmaken, en achter de schermen dit nog steeds doet.

In de tijd van de kruistochten ontstond de orde van de Tempe­liers, en in Duitsland de Duitse orde (gesticht door Skythianos in Hugo van Paëns, de eerste grootmeester van de orde). Dit waren monniken die hun zwaard in dienst van Christus stelden. Zij waren dus een intuïtieve mysteriestroom. En ze brachten het monnikendom naar buiten, in de wereld, buiten de beschermde muren van de kloosters. Ze hadden het eerste banksysteem dat op waarde was gegrond. Dat heeft zo’n 200 jaar rust gebracht in Europa en gefloreerd. Ook brachten zij de tempelgeheimen uit Jeruzalem naar het westen, wat zij vorm gaven in de Gotische kathedralen. Deze werden betaald met zilver dat zij in Zuid Amerika dolven. De paus kreeg er echter een luchtje van dat ze niet loyaal aan Rome, maar aan de Johannieter Orde in Jeruzalem waren, aangezien ze daar een rechtstreekse voortzetting van waren. Daarnaast wilde de Franse koning hun goud hebben. Hij zette daarom een van de pausen aan om een proces tegen hen te beginnen. Hierdoor werd uiteindelijk de orde opgeheven, en de laatste tempelridders belandden op de brandstapel. Alleen in Portugal ging de orde verder onder de naam Orde van Christus. Van hieruit zijn later de grote ontdekkingsreizen ondernomen.

Aangezien door de beëindiging van de Tempeliers het esoterische Christendom dreigde te verdwijnen, trachtte Christian Rosenkreuz dit nieuw leven in te blazen. Maar de edelen waren bang geworden voor de macht van de paus, en gingen niet met hem mee. Daarop stichtte hij met een klein groepje medestanders de Orde van de Rozenkruisers, en richtten zij zich op de ontwikkeling van de alchemie. Deze Rozenkruisers zijn nog steeds ondergronds actief.

Christiaan Rosenkreuz zelf incarneerde slechts korte tijd in een jongetje dat het opstandings-fantoomlichaam van Christus droeg. Hierin hebben twaalf mensheidsleiders hun hogere geestkrachten in laten uitstromen, waaronder de sterrenkrachten. Sindsdien kunnen wij met goede daden en de ontwikkeling van deugden dit fantoom­lichaam doen groeien voor heel de mensheid. Het jongetje stierf kort hierop, en het fantoomlichaam wordt in het geheim gehoed.

In de 19eeeuw ontstonden nieuwe esoterische richtingen, mede door de esoterische kennis die eerst uit het oosten kwam: eerst de Theosofen en later, hiervan afgesplitst, de Antroposofen onder leiding van Rudolf Steiner. Die stichtte in 1923 de nieuwe mysteriën, waartoe hij zo’n duizend vertegenwoordigers van alle geestelijke richtingen over de hele wereld bijeen riep. Dit heeft hem zelf de kop gekost, want hij is vergiftigd hierna. Maar die nieuwe mysteriën zijn een feit, en mijn eigen esoterische school is daar een onderdeel van.

Tijdens de 2eWereldoorlog vond er een tweede kruisiging van Christus in de levenswereld plaats, mede door ons ver doorgevoerde materialisme. Met de mogelijkheid dat we nog verder uit kunnen groeien wanneer we dat innerlijk overwinnen.

Deze kruisiging heeft tot gevolg gehad dat het derde boze, de antichrist, niet goed heeft kunnen aangrijpen in 1998, tijdens de grote zonsverduistering toen. En in 2012 is mede door die kruisiging het bewustzijn in het hart gekomen voor ieder mens. Waarmee we ons verder kunnen gaan ontwikkelen in en door de duisternis in onszelf heen. Hier zitten we nog middenin. Want als je nu vanuit de schijnbare zekerheden in het hoofd wilt leven en de controle wilt houden, kom je meer in de chaos en paniek terecht. Maar als je vertrouwen hebt in de kracht van het hart, kun je niet zo makkelijk je volgende stappen overzien, maar laat je je meer leiden door wat je aanvoelt als juist. En dat geeft een grotere gemoedsbedding om vanuit te leven. En handvatten voor een snellere innerlijke ontwikkeling.

Je komt hier namelijk aan het geheim van de licht- en duisternismysteriën. Voor de komst van Christus waren deze mysteriestromingen strikt gescheiden. Zij worden aangeduid als de moeder en de zoon mysteriën. De lichtmysteriën leidden naar het heldere beeldbewustzijn, de imaginatie wanneer je je ziel richt op de geestwerelden. De duistermismysteriën leiden naar de voor het bewustzijn duistere werelden van het leven, de ziel en de geest door jezelf heen, door je organen die voor het bewustzijn aanvankelijk duister zijn. Je ontwikkelt hier door je in levensprocessen in te leven de inspiratieve en intuïtieve vaardigheden.

Christus heeft deze stromingen met elkaar verbonden. Zijn moeder kon het leiden van haar zoon aanzien doordat ze de geestelijke werkelijkheden erachter schouwde: zij was dus in de lichtmysteriën ingewijd. Zijn leerling Johannes, de uit de dood (inwijding) opgestane zanger Lazarus was inspiratief en intuïtief (door de dood en opstanding heen) ingewijd, dus een vertegenwoordiger van de duisternismysteriën: hij lag vaak aan Christus’ borst te luisteren naar de kosmische klanken uit Diens hart. Zij stonden beiden onder het kruis, waarop Christus ze toen met elkaar verbond, door te zeggen “Moeder zie uw zoon. Zoon zie uw moeder.” En de zoon duidt op wat Johannes later in zijn Openbaringen zal beschrijven als de Mensenzoon, het hogere ik van de mens dat geheel is geworden. Zij dienden zich dus in elkaar te spiegelen. De moeder heeft de levenskrachten van de zoon nodig, opdat ze niet zal verstarren in dogma’s en dode beelden. En de zoon heeft de inzichtkrachten van de moeder nodig, zodat hij licht kan brengen in de wegen en gebaren die hij in de levenswerelden doorloopt.

De Antroposofie is vooral ontwikkeld in de imaginatieve richting. Sinds 2012 is echter het bewustzijn van de mensen meer bewust in het hart komen te liggen, waardoor juist de duisternisweg door de organen heen makkelijker toegankelijk is. Daar kan het hoofd weinig mee, dat genereert hooguit angst voor het onbekende. Vandaar dat er veel mensen nog steeds trachten de controle over hun leven te houden door zo veel mogelijk hun leven te plannen, wat echter steeds minder lukt. Het vertrouwen vanuit het hart dat je elk moment kunt wegen en stappen nemen, geeft je nu veel meer ontwikkelingskansen. Het is even wennen.

 

Verschenen als artikel in Sterrenwijs nummer 12.